wetten, regels en verdragen - de volledige tekst




De volledige wettekst
Advocaten offertes en tarieven Tarieven van advocaten

notaris offertes en tarieven Tarieven van notarissen

Incassobureaus offertes en tarieven Tarieven incassobureaus


sponsors en advertenties van de WettenSite.nl

Juridische boeken online bestellen bij BOL.com, de grootste online boekhandel van Nederland.
Partner-sites
Bezoek ook onze partner-sites
De RechtenSite.nl JuridischeWoorden.nl JuridischeVacatures.net
links naar juridisch websites
Links naar andere juridisch relevante websites vindt u hier.
juridische wetbundels - boeken met wetten en regels bestellen
Uw wetbundels, wettenverzamelingen, Kluwer collegebundel of Vermande wettenbundel bestelt u eenvoudig, voordelig en snel online. Zie onze speciale juridische boeken website.
Volledige tekst van: Regeling inburgering.

Gratis de volledige en complete tekst van Regeling inburgering


Hieronder treft u online de volledige tekst aan van:
De Regeling inburgering

Tekst van de Regeling inburgering


Wilt u graag alle relevante in een overzicht hebben? Bestel dan nu een van de vele wetbundels en beschik direct over alle relevante juridische informatie.

Regeling inburgering - Geldig op 0000-00-00
Korte omschrijving: Regeling van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie van 6 december 2006, nr. 5456790/06, tot uitvoering van de Wet inburgering, het Besluit inburgering en tot wijziging van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Regeling inburgering)

(Tekst geldend op: 23-08-2011)


Regeling van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie van 6 december 2006, nr. 5456790/06, tot uitvoering van de Wet inburgering, het Besluit inburgering en tot wijziging van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Regeling inburgering)

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,

Gelet op de artikelen 1, tweede lid, 14, derde lid, 50, tweede lid, van de Wet inburgering de artikelen 2.1, vierde lid, 2.3, eerste lid, onderdeel f, 2.7, zevende lid, 2.8, vijfde lid, 2.10, eerste en tweede lid, 3.3, tweede lid, 3.5, vierde lid, 3.7, zesde lid, 3.8, vijfde lid, 3.9, vierde lid, 3.11, vierde lid, 3.12, elfde lid, 3.13, 3.14, vijfde lid, 3.15 eerste, vierde en vijfde lid, 3.17, eerste lid, 3.19, derde lid, 3.21, derde lid, 3.23, tweede lid, 4.2, derde lid, 4.5, eerste, derde en vierde lid, 4.7, eerste en derde lid, 4.10, derde lid, 4.12, 4.13, eerste lid, 4.17, eerste lid, tweede, derde en vierde lid, 4.20, derde lid, 4.22, tweede lid, 4.24, tweede lid, 5.2, en 7.7, tweede lid, van het Besluit inburgering, en artikel 12 van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen

Artikel 1.1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.   besluit: het Besluit inburgering;

b.   de minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

c.   belastbaar loon: het belastbaar loon, bedoeld in artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964;

d.   toetsingsinkomen: het toetsingsinkomen, bedoeld in artikel 8 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;

e.   staatsexamen Nederlands als tweede taal: staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onderdeel c, van het besluit;

f.   inburgeringscursus: een door een cursusinstelling aangeboden cursus welke een inburgeringsplichtige in staat stelt mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse samenleving te verwerven, teneinde het inburgeringsexamen te behalen.

 

Artikel 1.2

Het keurmerk, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de wet is het Keurmerk Inburgeren, dat wordt toegekend en beheerd door de Stichting Blik op Werk.

Artikel 1.3

1.   Als geestelijke bedienaar wordt in ieder geval aangemerkt de vreemdeling die houder is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, die is verleend onder een beperking verband houdend met het verrichten van arbeid als geestelijke bedienaar.

2.   Onder kerkgenootschap of een ander genootschap op geestelijke of levensbeschouwelijke grondslag als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de wet wordt tevens verstaan een onderdeel daarvan of een rechtspersoon waarin twee of meer van deze genootschappen samenwerken.

3.   Van werkzaamheden van overwegend godsdienstige, geestelijke of levensbeschouwelijke aard als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de wet is in ieder geval sprake in geval van werkzaamheden als voorganger, godsdienstleraar, zendeling, leraar levensbeschouwelijk onderwijs, vertrouwenspersoon of pastoraal werker binnen een godsdienstige of levensbeschouwelijke gemeenschap, dan wel op het terrein van het uitdragen en verklaren van een bepaalde geloofsleer of levensbeschouwelijke opvattingen.

4.   Als geestelijke bedienaar wordt niet aangemerkt degene die op louter incidentele basis werkzaamheden als bedoeld in het derde lid, verricht.

Hoofdstuk 2. Inburgeringsplicht

§ 1. Tijdelijke verblijfsdoelen

Artikel 2.1

De beperkingen, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.

§ 2. Vrijstellingen

Artikel 2.2

De diploma’s, certificaten en andere documenten, behaald in het Nederlandstalig onderwijs in de Nederlandse Antillen of Aruba, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onderdeel f, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling.

Artikel 2.2a

1.   Van de verplichting om mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal te verwerven en het betreffende deel van het inburgeringsexamen te behalen, is vrijgesteld de inburgeringsplichtige die beschikt over een originele verklaring van het regionaal opleidingencentrum die is afgegeven op basis van de resultaten van een voor 1 januari 2007 afgelegde toets ter afronding van een NT2-taaltraject, indien uit de verklaring blijkt dat voor het onderdeel Nederlands als tweede taal ten minste de volgende niveaus van de eindtermen Referentiekader Nederlands als Tweede Taal, dan wel Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen, zijn behaald:

a.   niveau 2, respectievelijk niveau A2, voor de onderdelen Luisteren en Spreken, en niveau 2, respectievelijk niveau A2 voor de onderdelen Lezen en Schrijven indien de inburgeringsplichtige geen oudkomer is in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de wet;

b.   niveau 2, respectievelijk niveau A2, voor de onderdelen Luisteren en Spreken, en niveau 1, respectievelijk niveau A1, voor de onderdelen Lezen en Schrijven indien de inburgeringsplichtige oudkomer is in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de wet.

 

2.   Om tot vrijstelling te kunnen leiden, dient de verklaring de volgende gegevens te bevatten:

a.   de naam van het document;

b.   de naam en handtekening van de verantwoordelijke van het regionaal opleidingencentrum;

c.   de echtheidskenmerken van het regionaal opleidingencentrum;

d.   de naam en geboortedatum van de deelnemer aan het NT2-taaltraject die overeenkomen met de naam en geboortedatum zoals vermeld op zijn identiteitsdocument;

e.   de behaalde taalniveaus uitgesplitst naar de vier taalvaardigheden Lezen, Schrijven, Luisteren en Spreken;

f.   de datum waarop de toetsresultaten zijn behaald.

 

Artikel 2.2b

Van de verplichting om mondelinge vaardigheden in de Nederlandse taal te verwerven en het betreffende deel van het inburgeringsexamen te behalen, is vrijgesteld de inburgeringsplichtige die beschikt over de beschikking van het basisexamen inburgering in het buitenland, indien uit die beschikking blijkt dat voor het onderdeel luister- en spreekvaardigheid ten minste 37 punten is behaald.

Artikel 2.2c

Van de verplichting om mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal te verwerven en het betreffende deel van het inburgeringsexamen te behalen, is vrijgesteld de inburgeringsplichtige die beschikt over de volgende certificaten van het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal:

a.   Certificaat Profiel Toeristische en Informele Taalvaardigheid (ERK-niveau A2);

b.   Certificaat Profiel Taalvaardigheid Praktische Beroepen (ERK-niveau A2);

c.   Certificaat Profiel Maatschappelijke Taalvaardigheid (ERK-niveau B1);

d.   Certificaat Profiel Professionele Taalvaardigheid (ERK-niveau B2);

e.   Certificaat Profiel Taalvaardigheid Hoger Onderwijs (ERK-niveau B2);

f.   Certificaat Profiel Academische Taalvaardigheid (ERK-niveau C1).

 

Artikel 2.3

1.   De kosten voor de deelname aan de toets, bedoeld in artikel 2.7, vijfde lid, van het besluit, bedragen € 81.

2.   Het model van het document, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van het besluit, is opgenomen in bijlage 3 bij deze regeling.

§ 3. Ontheffing wegens medische belemmering

Artikel 2.4

1.   Het advies, bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het besluit, bevat in ieder geval een oordeel met betrekking tot het verlenen dan wel het weigeren van de ontheffing van de inburgeringsplicht en, indien van toepassing, noodzakelijke bijzondere examenomstandigheden als bedoeld in artikel 3.2.

2.   De arts, bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het besluit, adviseert tot ontheffing van de inburgeringsplicht, indien de inburgeringsplichtige:

a.   aanpassingen in het voorbereidingstraject op het inburgeringsexamen nodig heeft en daarbij niet kan worden volstaan met lichte aanpassingen, of

b.   bijzondere examenomstandigheden nodig heeft om het inburgeringsexamen te kunnen behalen en de bijzondere examenomstandigheden, bedoeld in artikel 3.2, hiertoe niet toereikend zijn.

 

3.   De arts, bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het besluit, stelt het advies op conform het protocol dat is opgenomen in bijlage 4 bij deze regeling.

§ 4. Niveau van kennis en vaardigheden

Artikel 2.5

De eindtermen van het examen in de kennis van de Nederlandse samenleving, bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 5 bij deze regeling.

Hoofdstuk 3. Inburgeringsexamen

§ 1. Algemeen

Artikel 3.1

Het examengeld, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van het besluit, bedraagt:

a.   € 104 voor het praktijkdeel, bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het besluit;

b.   € 37 voor het elektronisch praktijkexamen, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

c.   € 52 voor de toets gesproken Nederlands, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, en

d.   € 37 voor het examen in de kennis van de Nederlandse samenleving, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onderdeel c, van het besluit.

 

Artikel 3.2

De bijzondere examenomstandigheden, bedoeld in artikel 3.5, eerste lid, van het besluit, betreffen:

a.   examen in aangepaste locatie;

b.   verlenging examentijd;

c.   onderbroken examenafname;

d.   aangepaste inroostering;

e.   examenhulp;

f.   grootbeeld;

g.   grootschrift, en

h.   loepfunctie.

 

Artikel 3.3

Het model van het inburgeringsdiploma is opgenomen in bijlage 6 bij deze regeling.

§ 2. Inhoud van het examen

Artikel 3.4

De eindtermen van het praktijkdeel, bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het besluit, en van het elektronisch praktijkexamen, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 7 bij deze regeling.

Artikel 3.5

1.   Het portfolio, bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, van het besluit, wordt samengesteld overeenkomstig de modellen, die zijn opgenomen in bijlage 8 bij deze regeling en goedgekeurd overeenkomstig de handleiding die is opgenomen in bijlage 11 bij deze regeling.

2.   Het assessment, bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, van het besluit, wordt afgenomen overeenkomstig de handleiding, die is opgenomen in bijlage 9 bij deze regeling.

Artikel 3.6

1.   De kandidaat heeft het praktijkdeel van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 3.7 van het besluit, behaald, indien hij:

a.   20 portfolio-opdrachten,

b.   4 assessmentopdrachten, of

c.   een combinatie van 10 portfolio-opdrachten en 2 assessmentopdrachten met goed gevolg heeft afgelegd.

 

2.   De oudkomer die het inburgeringsexamen heeft behaald op de niveaus, bedoeld in de artikelen 2.9, tweede lid, en 2.10 van het besluit, heeft het inburgeringsexamen op het niveau, bedoeld in artikel 2.9, eerste lid, van het besluit, behaald indien hij:

a.   10 portfolio-opdrachten of 2 assessmentopdrachten, en

b.   het elektronisch praktijkexamen, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onderdeel a, van het besluit met goed gevolg heeft afgelegd.

 

3.   De portfolio-opdrachten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid, onderdeel a, worden beoordeeld in een panelgesprek, gehouden door twee examinatoren.

4.   De assessmentopdrachten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en het tweede lid, onderdeel a, en de combinatie van assessmentopdrachten en portfolio-opdrachten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden afgenomen met een assessment.

5.   Het panelgesprek, bedoeld in het derde lid, wordt gevoerd overeenkomstig de handleiding die is opgenomen in bijlage 12 bij deze regeling.

Artikel 3.7

1.   De kandidaat die geestelijke bedienaar is, heeft het aanvullend praktijkdeel, bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, van het besluit, behaald, indien hij 6 portfolio-opdrachten met goed gevolg heeft afgelegd.

2.   Indien de kandidaat geestelijke bedienaar is, bestaat het bijzonder praktijkdeel, bedoeld in artikel 3.8, tweede lid, van het besluit uit 20 portfolio-opdrachten en 2 assessmentopdrachten.

3.   Voor kandidaten die geestelijke bedienaar zijn, gelden eindtermen van het aanvullend en bijzonder praktijkexamen als bedoeld in artikel 3.8, eerste en tweede lid, van het besluit, zoals opgenomen in bijlage 10 bij deze regeling.

4.   Het aanvullend praktijkdeel, bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, van het besluit, wordt:

a.   samengesteld overeenkomstig het model dat is opgenomen in bijlage 13 bij deze regeling, en

b.   afgenomen overeenkomstig de handleiding die is opgenomen in bijlage 14 bij deze regeling.

 

5.   Het bijzonder praktijkdeel, bedoeld in artikel 3.8, tweede lid, van het besluit, wordt samengesteld overeenkomstig het model dat is opgenomen in bijlage 15 bij deze regeling.

6.   De assessmentopdrachten, bedoeld in het tweede lid, worden afgenomen overeenkomstig de handleiding die is opgenomen in bijlage 16 bij deze regeling.

§ 3. Training voor examinatoren en commissies van beroep

Artikel 3.8

1.   De training, bedoeld in artikel 3.11, vierde lid, van het besluit, is de Examentraining voor examinatoren inburgering.

2.   De examinator kan deelnemen aan de training indien hij:

a.   over het certificaat bekwaam docent Nederlands als tweede taal beschikt;

b.   een opleiding van het hoger beroepsonderwijs of het wetenschappelijk onderwijs heeft afgerond en gedurende de twee jaar voorafgaand aan de inschrijving voor de training gemiddeld twee dagdelen per week leservaring heeft opgedaan, of als docent Nederlands als tweede taal, of

c.   een van de volgende opleidingen heeft afgerond:

1°.       urgentieopleiding basiseducatie;

2°.       post-hoger beroepsonderwijs basiseducatie;

3°.       post-hoger beroepsonderwijs Nederlands als tweede taal;

4°.       toegepaste taalwetenschap met specialisatie Nederlands als tweede taal;

5°.       algemene taalwetenschap met specialisatie Nederlands als tweede taal;

6°.       opleiding Nederlands als tweede taal – expert, of

7°.       duale masteropleiding Nederlands als tweede taal

, en gedurende het jaar voorafgaand aan de inschrijving voor de training gemiddeld twee dagdelen per week leservaring als docent Nederlands als tweede taal heeft opgedaan.

 

3.   De training wordt tot 1 januari 2013 gegeven door CINOP.

4.   CINOP reikt op aanvraag een certificaat uit, waaruit blijkt dat de deelnemer de training met goed gevolg heeft afgelegd en het aansluitende examen heeft behaald.

5.   Het model van het certificaat, bedoeld in het tweede lid, is opgenomen in bijlage 17 bij deze regeling.

Artikel 3.9

1.   De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de overige leden en plaatsvervangende leden van de commissie van beroep, bedoeld in artikel 3.12, derde lid, van het besluit, worden door het bevoegd gezag benoemd voor een termijn van ten minste drie en ten hoogste vijf jaar. Zij zijn opnieuw benoembaar.

2.   Op eigen verzoek wordt aan de leden en plaatsvervangende leden van de commissie van beroep voor de examens ontslag verleend door het bevoegd gezag. Bij het bereiken van de leeftijd van zeventig jaar wordt hun ontslag verleend met ingang van de eerstvolgende maand. Zij worden ontslagen indien zij uit hoofde van ziekte of gebreken niet in staat zijn hun functie te vervullen alsmede indien zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf zijn veroordeeld. Alvorens het ontslag op grond van het in de derde volzin bepaalde wordt verleend, wordt de betrokkene van het voornemen tot ontslag in kennis gesteld en wordt hem de gelegenheid geboden zich ter zake te doen horen.

§ 4. Kwaliteit van het inburgeringsexamen

Artikel 3.10

1.   Bij de afname en de beoordeling van de tot het praktijkdeel van het inburgeringsexamen behorende examens en het vaststellen van de uitslag, handelen de exameninstellingen overeenkomstig de portfolio’s, bedoeld in artikel 3.5, eerste lid, en de handleiding assessments, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid.

2.   De exameninstellingen laten een ieder die zich daarvoor overeenkomstig de daartoe gestelde regels heeft aangemeld, het verschuldigde examengeld heeft voldaan en zich overeenkomstig artikel 3.4 van het besluit, heeft geïdentificeerd, toe tot de tot het inburgeringsexamen behorende examens.

3.   De exameninstellingen waarborgen de kwaliteit van de examinering door:

a.   transparantie van de organisatiestructuur van de instelling en van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden bij de examinering;

b.   het treffen van passende technische en organisatorische maatregelen om de examen- en persoonsgegevens te beveiligen tegen verlies of onrechtmatige verwerking;

c.   het beschrijven van de procedure van verwerking van examenresultaten en de gegevensverstrekking ten behoeve van opneming in het Informatiesysteem Inburgering;

d.   de naleving van het examenreglement, bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, onderdeel c, van het besluit;

e.   het treffen van passende technische en organisatorische maatregelen om de kwaliteit van de processen rondom de afname en de beoordeling van examens te waarborgen.

 

§ 5. Aanwijzing exameninstellingen

Artikel 3.11

1.   De minister wijst de exameninstellingen aan en kan deze aanwijzing schorsen of intrekken.

2.   Een afschrift van de beschikking op de aanvraag tot aanwijzing als exameninstelling wordt gezonden aan het Kwaliteitscentrum examinering inburgering.

Artikel 3.12

1.   Bij het verzoek om een onderzoek als bedoeld in artikel 3.17, tweede lid, onderdeel a, van het besluit legt de instelling over:

a.   een bewijs van inschrijving in het handelsregister, dat niet ouder is dan zes maanden;

b.   een vastgesteld examenreglement als bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, onderdeel c, van het besluit;

c.   bewijs dat ten minste twee aan de instelling verbonden examinatoren met goed gevolg de Examentraining voor examinatoren inburgering als bedoeld in artikel 3.8 hebben afgerond;

d.   gegevens en bescheiden waaruit blijkt dat de instelling voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 3.10, derde lid.

 

2.   Het rapport, bedoeld in artikel 3.15, derde lid, van het besluit, van het Kwaliteitscentrum examinering inburgering, bevat een positief advies, indien de instelling voldoet aan de bij en krachtens de wet gestelde eisen. In de overige gevallen bevat het een negatief advies.

3.   Het rapport wordt aan de instelling toegezonden. Indien het rapport een negatief advies bevat, kan de instelling een zienswijze bij het rapport voegen.

Artikel 3.13

1.   In het examenreglement, bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, onderdeel c, van het besluit, wordt in ieder geval vermeld:

a.   de procedure van aanmelding en identificatie van de inburgeringsplichtige;

b.   de financiële aspecten van het praktijkdeel van het inburgeringsexamen;

c.   de wijze van bekendmaking van de uitslagen van het praktijkdeel van het inburgeringsexamen;

d.   dat de instelling beschikt over een examencommissie, bedoeld in artikel 3.11 van het besluit;

e.   dat de instelling beschikt over een commissie van beroep, bedoeld in artikel 3.12 van het besluit;

f.   de procedure en sancties bij fraude, en

g.   de procedure voor de afhandeling van klachten.

 

2.   In het examenreglement verklaart de exameninstelling dat de tot het praktijkdeel van het inburgeringsexamen behorende examens en de beoordeling van examens worden afgenomen overeenkomstig de portfolio’s, bedoeld in artikel 3.5, eerste lid, en de handleiding assessments, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid.

Artikel 3.14

Ter zake van het onderzoek, bedoeld in artikel 3.17, tweede lid, onderdeel a, van het besluit, is de instelling € 210 verschuldigd.

§ 6. Kwaliteitscentrum examinering inburgering

Artikel 3.15

Als Kwaliteitscentrum examinering inburgering wordt aangewezen het KwaliteitsCentrum Examinering te Amersfoort.

Artikel 3.15a

1.   In aanvulling op artikel 3.18, tweede lid, van het besluit beschrijft het jaarverslag ten minste:

a.   de wijze waarop de beoordeling van de kwaliteit van de taakuitoefening, bedoeld in artikel 3.18, eerste lid, van het besluit heeft plaatsgevonden, alsmede de bevindingen welke voortvloeien uit die beoordeling;

b.   de wijze waarop de exameninstellingen zijn betrokken bij de vaststelling van de wijze van uitvoering van het op hen uit te oefenen toezicht;

c.   de wijze waarop de deskundigheid van de personen die zijn belast met het uitoefenen van taken voor het Kwaliteitscentrum examinering inburgering is geborgd, en;

d.   de aantallen op basis van de klachtenregeling, bedoeld in artikel 3.24 van het besluit, ingediende klachten, alsmede de aard van die klachten.

 

2.   In aanvulling op artikel 3.18, tweede lid, van het besluit bevat het jaarverslag ten minste een opsomming van:

a.   het aantal onderzochte exameninstellingen, alsmede het aantal bestede uren per exameninstelling;

b.   per exameninstelling, het aantal onderzochte examenlocaties, alsmede het aantal bestede uren per examenlocatie, en;

c.   per toezichtsproces, het gemiddeld aantal bestede uren.

 

Artikel 3.15b

1.   De jaarrekening, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het besluit bevat ten minste een verantwoording van de geïnde vergoedingen, bedoeld in artikel 3.21, derde lid, van het besluit.

2.   De aandachtspunten voor de accountantscontrole, bedoeld in artikel 3.19, derde lid, van het besluit betreffen ten minste:

a.   het aantal bestede uren per exameninstelling en per examenlocatie, en;

b.   het aantal bestede uren per toezichtsproces.

 

Artikel 3.16

1.   Het Kwaliteitscentrum examinering inburgering wordt jaarlijks subsidie verleend voor de taken, bedoeld in artikel 3.17, tweede lid, van het besluit.

2.   De subsidie wordt verleend onder de volgende voorwaarden:

a.   Het Kwaliteitscentrum examinering inburgering legt in februari en juni van elk jaar een voortgangsrapportage over, die in ieder geval gegevens bevat over het aantal uitgevoerde onderzoeken als bedoeld in artikel 3.17, tweede lid, onderdeel a, van het besluit en de tijdsbesteding door het Kwaliteitscentrum examinering inburgering per onderzoek;

b.   Het Kwaliteitscentrum examinering inburgering brengt een deugdelijke scheiding aan in zijn administratie en zijn financiële beheer voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3.17, tweede lid, onderdeel a, van het besluit, artikel 3.17, tweede lid, onderdeel b, van het besluit, en de overige activiteiten van het Kwaliteitscentrum examinering inburgering;

c.   Het Kwaliteitscentrum examinering inburgering voert op regelmatige basis overleg met de minister;

d.   De minister heeft recht op het gebruik van de door het Kwaliteitscentrum examinering inburgering ontwikkelde instrumenten en producten.

 

3.   Het Kwaliteitscentrum examinering inburgering dient een aanvraag om verlening van de subsidie in tezamen met de begroting, bedoeld in artikel 3.19, eerste lid, van het besluit.

4.   Het Kwaliteitscentrum examinering inburgering dient een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in tezamen met de jaarrekening, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het besluit.

5.   De subsidie wordt verleend per kalenderjaar. Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.

6.   Het Kwaliteitscentrum examinering inburgering vormt een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72 van de Algemene wet bestuursrecht.

§ 7. De uitvoering van het toezicht op exameninstellingen

Artikel 3.17

Ter zake van het onderzoek, bedoeld in artikel 3.17, tweede lid, onderdeel b, van het besluit is de exameninstelling voor de jaren 2010 tot en met 2012 € 500 per genoemd jaar per examenlocatie van de instelling verschuldigd.

Artikel 3.18

Het tarief, bedoeld in artikel 3.23. tweede lid, van het besluit, voor een afschrift van een verklaring als bedoeld in artikel 3.22, vijfde lid, van het besluit bedraagt € 3,50.

Artikel 3.19

1.   Het verslag, bedoeld in artikel 3.26 van het besluit, bevat ten minste gegevens ten aanzien van:

a.   het aantal deelnemers in totaal;

b.   het aantal deelnemers per assessment, portfolio dan wel een combinatie daarvan als bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, van het besluit;

c.   het aantal deelnemers, per assessment, portfolio dan wel een combinatie daarvan, als bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, van het besluit, dat is gezakt dan wel is geslaagd;

d.   het aantal afgedane en in behandeling zijnde beroepen, bedoeld in artikel 3.12 van het besluit;

e.   het aantal afgedane en in behandeling zijnde klachten, bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, onderdeel g, en;

f.   het aantal en de aard van geconstateerde onregelmatigheden terzake van de identificatie, bedoeld in artikel 3.4 van het besluit.

 

2.   Het verslag wordt op aanvraag aan eenieder ter beschikking gesteld.

Hoofdstuk 4. Faciliteiten

§ 1. Lening

Artikel 4.1

Het bedrag van de lening bedraagt ten hoogste € 5000.

Artikel 4.2

1.   Ten behoeve van de betaling van de lening verstrekt de inburgeringsplichtige originele facturen aan de minister van:

a.   de door hem te volgen of gevolgde inburgeringscursus en het door hem af te leggen of afgelegde inburgeringsexamen;

b.   de door hem te volgen of gevolgde cursus die opleidt tot het staatsexamen Nederlands als tweede taal, of

c.   de door een inburgeringsplichtige oudkomer te volgen of gevolgde cursus die opleidt tot, alsmede het afleggen van het inburgeringsexamen op de niveaus, bedoeld in de artikelen 2.9, eerste lid, en 2.10 van het besluit.

 

2.   De factuur vermeldt in ieder geval:

a.   het burgerservicenummer van de kandidaat;

b.   de naam- en adresgegevens van de kandidaat;

c.   de naam- en adresgegevens van de instelling;

d.   de code WI-CU als het een inburgeringscursus betreft, de code NT2-CU als het een cursus betreft die opleidt tot het staatsexamen Nederlands als tweede taal dan wel de code WI-EX als het het inburgeringsexamen betreft;

e.   de code WI-OA indien de aanmelding van de kandidaat voor het inburgeringsexamen via het Online Aanmeldsysteem Examens is verlopen;

f.   de handtekening van de kandidaat;

g.   de datum, en

h.   de specificatie van het factuurbedrag.

 

3.   De betaling van de factuur, bedoeld in het eerste lid, geschiedt binnen vier weken na ontvangst door de minister van die factuur.

4.   De eerste betaling vindt plaats binnen een jaar na de beschikking, bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van het besluit, waarbij het recht op de lening is vastgesteld. Indien binnen deze periode geen betaling heeft plaatsgevonden, vervalt de beschikking.

§ 2. Terugbetaling

Artikel 4.3

Het rentepercentage, genoemd in artikel 4.5, eerste lid, van het besluit, bedraagt voor het jaar 2011: 2,58 procent.

Artikel 4.4

1.   De rente over de door de inburgeringsplichtige opgenomen lening wordt maandelijks berekend op basis van samengestelde interest.

2.   Voor de berekening van de rente op de voet van het eerste lid wordt een maand gesteld op 30 dagen en een jaar gesteld op 360 dagen.

Artikel 4.5

Gedurende de aanloopfase, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de wet, en de terugbetalingsperiode, bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, van het besluit, wordt hetzelfde rentepercentage gehanteerd, vastgesteld overeenkomstig artikel 4.5, eerste lid, van het besluit. Het bij aanvang van de aanloopfase geldende rentepercentage wordt gehanteerd.

Artikel 4.6

1.   De hoogte van de maandelijkse termijn wordt berekend op basis van het bedrag aan opgebouwde schuld vermeerderd met de over dat bedrag verschuldigde rente, berekend overeenkomstig artikel 4.4 en gedeeld door het aantal te betalen termijnen.

2.   De hoogte van de maandelijkse termijn bedraagt ten minste € 15.

Artikel 4.7

1.   In afwijking van artikel 4.7, eerste lid, van het besluit vervallen de rente en aflossing van de lening van een debiteur, die niet binnenlands belastingplichtig is in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001, gedurende de aflosfase in jaarlijkse termijnen. Artikel 4.4 is in dat geval van overeenkomstige toepassing. Indien de debiteur zich voor het einde van een jaartermijn metterwoon in Nederland vestigt, wordt hij tot het einde van die jaartermijn behandeld als een debiteur die niet binnenlands belastingplichtig is. Op aanvraag van de in de eerste volzin bedoelde debiteur kan de minister besluiten dat de rente en aflossing van de lening niet vervallen in jaarlijkse termijnen maar in maandelijkse termijnen.

2.   De hoogte van de jaarlijkse dan wel de maandelijkse termijn, bedoeld in het eerste lid, laatste volzin, wordt berekend overeenkomstig artikel 4.6, tenzij de debiteur, bedoeld in het eerste lid, bij de minister een aanvraag indient tot vaststelling van zijn draagkracht voor de resterende aflosfase. In dat geval levert hij aan de minister de door de minister gevraagde gegevens.

3.   De betaling van de maandelijkse termijn, bedoeld in het eerste lid, laatste volzin, geschiedt door middel van:

a.   een daartoe door de debiteur verleende doorlopende machtiging om het verschuldigde bedrag maandelijks te doen afschrijven van een door de debiteur aangewezen bank- of girorekening in Nederland of

b.   een door de minister aan de debiteur gezonden acceptgirokaart.

 

Artikel 4.7a

De inburgeringsplichtige kan in afwijking van artikel 4.7, eerste lid, van het besluit de lening in een keer terugbetalen. De terugbetaling omvat het bedrag van de opgebouwde schuld vermeerderd met de over dat bedrag verschuldigde rente, berekend overeenkomstig artikel 4.4.

Artikel 4.8

1.   De terugbetalingsperiode van de debiteur die algemene bijstand ontvangt en een aanvraag indient om zijn draagkracht vast te stellen, beslaat ten hoogste drie jaren vanaf de maand volgend op de maand waarin hij de minister kenbaar heeft gemaakt dat hij algemene bijstand ontvangt. De volledige terugbetalingsperiode beslaat ten hoogste 7 jaren.

2.   De maandelijkse termijn van de debiteur die algemene bijstand ontvangt en een draagkrachtmeting aanvraagt, wordt berekend overeenkomstig artikel 4.6. De artikelen 4.9 tot en met 4.11 van het besluit zijn van overeenkomstige toepassing.

3.   De duur van de terugbetalingsperiode, bedoeld in het eerste lid, en de hoogte van de maandelijkse termijn, bedoeld in het tweede lid, worden niet gewijzigd ingeval de algemene bijstand wordt beëindigd.

Artikel 4.9

1.   De draagkracht die wordt vastgesteld overeenkomstig dit artikel, gaat in op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de aanvraag, bedoeld in artikel 4.9 van het besluit, is ingediend.

2.   Maatstaf voor de vaststelling van de draagkracht van de debiteur uit inkomen is het totaal van het toetsingsinkomen van de debiteur en zijn partner in het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld. Het aldus bepaalde inkomen is het draagkrachtinkomen.

3.   Op het draagkrachtinkomen wordt in mindering gebracht de draagkrachtvrije voet. Deze voet is gelijk aan:

a.   120% van het belastbaar minimumloon voor een debiteur met partner, of

b.   120% van het belastbaar minimumloon voor een debiteur op wie de alleenstaande ouderkorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van toepassing is, of

c.   84% van het belastbaar minimumloon voor overige debiteuren zonder partner.

 

4.   De draagkracht van de debiteur uit inkomen is 8% van het inkomen boven de draagkrachtvrije voet.

5.   Voor de toepassing van dit artikel wordt indien het toetsingsinkomen of het belastbaar loon in het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, nog niet bekend is, door de minister daarvoor in de plaats gesteld een bedrag dat het vast te stellen toetsingsinkomen of het belastbaar loon benadert.

Artikel 4.10

1.   Op aanvraag van de debiteur wordt bij de toepassing van artikel 4.9 uitgegaan van het inkomen van een ander jaar dan het inkomen over het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, indien sprake is van terugval in inkomen:

a.   over het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, in welk geval wordt uitgegaan van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, of

b.   over het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, in welk geval wordt uitgegaan van het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld.

 

2.   Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder een terugval in inkomen verstaan een vermindering van het toetsingsinkomen van de debiteur van ten minste 15% ten opzichte van het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, met dien verstande dat de vermindering niet kan worden gerekend tot inkomensschommelingen die in het algemeen normaal kunnen worden geacht bij de gekozen wijze van inkomensverwerving.

3.   Voor de toepassing van het eerste lid wordt zolang het belastbaar inkomen over het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, of het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld nog niet definitief bekend is, daarvoor in de plaats gesteld het bedrag dat naar het oordeel van de minister het uiteindelijke belastbaar loon benadert.

Artikel 4.11

Indien de partner van de debiteur ook een debiteur is die een beschikking tot terugbetaling als bedoeld in artikel 4.8, eerste lid, van het besluit heeft ontvangen, wordt:

a.   artikel 4.9, tweede en vierde lid, slechts eenmaal toegepast op het totaal van het toetsingsinkomen, en

b.   bij toepassing van artikel 4.10 van het besluit de te betalen maandelijkse termijn per debiteur vastgesteld op basis van de verhouding tussen de hoogte van het toetsingsinkomen van beide debiteuren afzonderlijk.

 

Artikel 4.12

De debiteur is in verzuim indien binnen twee weken na de vervaldatum van een vordering het bedrag van de verplichte terugbetaling niet is ontvangen.

Artikel 4.13  [Vervallen per 04-07-2009]


Artikel 4.14  [Vervallen per 04-07-2009]


Artikel 4.15  [Vervallen per 04-07-2009]


Artikel 4.16

Bij uitvaardiging van het dwangbevel, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet kunnen de achterstallige termijnen worden overgedragen aan een gerechtsdeurwaarder mits:

a.   het achterstallige deel minimaal € 180 bedraagt, of

b.   het deel dat zes maanden of langer achterstallig is, minimaal € 15 bedraagt.

 

Artikel 4.17

1.   De minister kan de achterstallige termijnen alsmede het resterende verschuldigde bedrag van de debiteur die direct voorafgaande aan de beëindiging van de inburgeringsplicht houder is geweest van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000, op verzoek geheel kwijtschelden, indien:

a.   uit de gegevens in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens blijkt dat de debiteur geen verblijfsrecht meer heeft, en

b.   de Immigratie- en Naturalisatiedienst kan bevestigen dat de debiteur niet langer inburgeringsplichtig is omdat de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 29 van de Vreemdelingenwet 2000, is ingetrokken aangezien de grond voor verlening daarvan is komen te vervallen.

 

2.   Als tijdstip van indiening van het verzoek wordt aangemerkt het moment dat de minister op grond van de gegevens in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens heeft geconstateerd dat er geen sprake meer is van een verblijfsrecht.

§ 3. Vergoeding

Artikel 4.18

De vergoeding, bedoeld in artikel 4.17, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a, van het besluit, bedraagt € 650.

Artikel 4.19

De vergoeding, bedoeld in artikel 4.17, derde lid, van het besluit, bedraagt € 270.

Artikel 4.20

1.   De vergoeding, bedoeld in artikel 4.17, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, van het besluit, bedraagt 70% van de kosten die door de gewezen inburgeringsplichtige zijn gemaakt ten behoeve van het volgen van een inburgeringscursus en het afleggen van het inburgeringsexamen of het volgen van een cursus ten behoeve van het behalen van het staatsexamen Nederlands als tweede taal.

2.   De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste € 3000.

Artikel 4.21

1.   De aanvraag van de vergoeding dan wel van het resterende deel van de vergoeding, bedoeld in artikel 4.17, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, van het besluit, wordt ingediend binnen zes maanden nadat:

a.   de gewezen inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal, heeft behaald, of

b.   indien de gewezen inburgeringsplichtige een oudkomer was, het inburgeringsexamen op de niveaus, bedoeld in artikelen 2.9, eerste lid, en 2.10 van het besluit, heeft behaald.

 

2.   De gewezen inburgeringsplichtige overlegt ten behoeve van de aanvraag de volgende gegevens:

a.   de originele facturen die zijn voldaan ten behoeve van de door hem gevolgde inburgeringscursus en het door hem afgelegde inburgeringsexamen of ten behoeve van de door hem gevolgde cursus die opleidt tot het staatsexamen Nederlands als tweede taal, tenzij de minister de originele facturen reeds in bezit heeft ten behoeve van de lening;

b.   het originele bewijs van betaling van de facturen, bedoeld in het onderdeel a, tenzij de facturen reeds door de minister zijn betaald overeenkomstig artikel 4.2, en

c.   zijn burgerservicenummer.

 

3.   De facturen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, vermelden in ieder geval:

a.   het burgerservicenummer van de kandidaat;

b.   de naam- en adresgegevens van de kandidaat;

c.   de naam- en adresgegevens van de instelling;

d.   de code WI-CU als het een inburgeringscursus betreft, de code NT2-CU als het een cursus betreft die opleidt tot het staatsexamen Nederlands als tweede taal, dan wel de code WI-EX als het het inburgeringsexamen betreft;

e.   de code WI-OA indien de aanmelding van de kandidaat voor het inburgeringsexamen via het Online Aanmeldsysteem Examens is verlopen;

f.   de handtekening van de kandidaat;

g.   de datum, en

h.   de specificatie van het factuurbedrag.

 

Artikel 4.22  [Vervallen per 04-07-2009]


Artikel 4.23  [Vervallen per 04-07-2009]


Artikel 4.24

1.   De minister neemt binnen acht weken nadat de inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen heeft behaald, dan wel binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, een beschikking, waarbij de omvang van het bedrag van de verrekening, bedoeld in artikel 4.22, eerste lid, van het besluit, wordt vastgesteld.

2.   Indien de vergoeding hoger is dan het bedrag dat de gewezen inburgeringsplichtige moet terugbetalen, wordt het resterende bedrag uitbetaald aan de gewezen inburgeringsplichtige.

§ 4. Gemeentelijk aanbod aan geestelijke bedienaren

Artikel 4.25

1.   De cursus, bedoeld in artikel 4.24, eerste lid, van het besluit, bestaat uit de volgende drie fasen:

a.   fase 1: een intensieve taalcursus;

b.   fase 2: praktijkopdrachten in de eigen regio, en

c.   fase 3: centrale, thematische bijeenkomsten gericht op het verwerven van algemene en specifieke kennis van de Nederlandse samenleving.

 

2.   De cursus, bedoeld in het eerste lid, wordt gegeven door CINOP.

Hoofdstuk 5. Handhaving

Artikel 5.1

De minister stelt het aantal oudkomers aan wie het college in een door de minister vast te stellen tijdvak een handhavingsbeschikking bekendmaakt drie maanden voor aanvang van dat tijdvak vast.

Hoofdstuk 6. Informatiebepalingen

Artikel 6.1

1.   De bijzondere persoonsgegevens, bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de wet zijn gegevens waaruit blijkt dat een inburgeringsplichtige:

a.   een geestelijke bedienaar is;

b.   is ontheven van de inburgeringsplicht op grond van artikel 6 van de wet;

c.   een bestuurlijke boete als bedoeld in de artikelen 29, 30, 31, of 33 van de wet is opgelegd;

d.   het inburgeringsexamen dan wel een deel daarvan slechts kan afleggen op een wijze die is aangepast aan zijn mogelijkheden.

 

2.   Het eerste lid, aanhef, onderdelen a en d, zijn van overeenkomstige toepassing op een vrijwillige inburgeraar.

Artikel 6.2

1.   De verwerking van bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in artikel 6.1, onderdeel a, is in ieder geval noodzakelijk:

a.   voor de beoordeling van de inburgeringsplicht van een geestelijke bedienaar overeenkomstig artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de wet;

b.   voor de toepassing van artikel 52 van de wet.

 

2.   De verwerking van bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in artikel 6.1, onderdeel b, is in ieder geval noodzakelijk voor de beoordeling van de inburgeringsplicht overeenkomstig artikel 3 van de wet.

3.   De verwerking van bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in artikel 6.1, onderdeel c, is in ieder geval noodzakelijk voor de beoordeling of een inburgeringsplichtige gehandeld heeft in strijd met de artikelen 7, eerste lid, 7, tweede lid, aanhef en onderdeel a, 23, eerste lid, 23, derde lid, 25, vierde lid, of 32 van de wet.

4.   De verwerking van bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in artikel 6.1, onderdeel d, is in ieder geval noodzakelijk om de kandidaat met een psychische of lichamelijk belemmering, dan wel een verstandelijke handicap, op diens verzoek in de gelegenheid te stellen het inburgeringsexamen dan wel een deel daarvan af te leggen op een wijze die is aangepast aan zijn mogelijkheden.

5.   De documenten waaruit bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in artikel 6.1 blijken, worden neergelegd in een persoonsgebonden dossier. De bijzondere persoonsgegevens worden ten behoeve van de in het eerste lid bedoelde doeleinden verstrekt aan het Informatiesysteem Inburgering.

Artikel 6.3

1.   Voorzover de bijzondere persoonsgegevens zijn opgeslagen in het Informatiesysteem Inburgering, wordt dit bestand beveiligd tegen ongeautoriseerd gebruik door:

a.   het toekennen van autorisaties aan alleen die personen, die voor het uitoefenen van hun taak toegang tot de opgeslagen informatie moeten hebben;

b.   het bewaren van een reservebestand op een voor niet-geautoriseerde personen ontoegankelijke plaats.

 

2.   De verantwoordelijke, bedoeld in artikel 6.8 van het besluit, stelt richtlijnen op voor het verwerken van bijzondere persoonsgegevens in het Informatiesysteem Inburgering.

Artikel 6.4

De onverenigbare verwerking van bijzondere persoonsgegevens door de minister wordt op de volgende wijze tegengegaan:

a.   de toegang tot de gegevens in het persoonsgebonden dossier en het Informatiesysteem Inburgering is voorbehouden aan die personen, die voor het uitoefenen van hun taak, bedoeld in artikel 6.2, toegang tot de informatie moeten hebben;

b.   de verantwoordelijke, bedoeld in artikel 6.8 van het besluit, stelt een functionaris voor de gegevensbescherming aan, die toeziet op de naleving van de Wet bescherming persoonsgegevens;

c.   de verantwoordelijke, bedoeld in artikel 6.8 van het besluit, verricht integriteits- en kwaliteitsaudits ten aanzien van de verwerking van de persoonsgegevens en rapporteert deze aan de functionaris voor de gegevensbescherming.

 

Artikel 6.5

Voor zover de verwerking van bijzondere persoonsgegevens door de Immigratie- en Naturalisatiedienst, het college, de cursusinstellingen en de exameninstellingen niet geregeld is in een andere regeling, zijn de artikelen van dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing op de verwerking van bijzondere persoonsgegevens door deze instanties.

Hoofdstuk 7  [Vervallen per 01-01-2009]


Artikel 7.1  [Vervallen per 01-01-2009]


Hoofdstuk 8. Wijziging Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005

Artikel 8.1

[Wijzigt de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005.]

Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 9.1  [Vervallen per 01-04-2011]


Artikel 9.2

In afwijking van artikel 5.1, wordt een in dat artikel genoemde vaststelling gedaan voor 26 februari 2007.

Artikel 9.3  [Vervallen per 01-01-2010]


Artikel 9.4

Het aanbieden van inburgeringsprogramma’s, bedoeld in artikel 65 van de wet, geschiedt overeenkomstig de Regeling inburgering oudkomers G25 2006, de Regeling inburgering oudkomers G30 2006 en de Regeling inburgering oudkomers niet-G56 2006.

Artikel 9.5

[Wijzigt deze regeling.]

Artikel 9.6

1.   Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2007.

2.   Artikel 9.4 werkt terug tot en met 1 januari 2006.

Artikel 9.7

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling inburgering.

 

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Justitie en zijn te raadplegen via het internet http//www.inburgering.net en http//www.handreikinginburgeringgemeenten.nl.

Bijlage 1 bij artikel 2.1 (tijdelijke verblijfsdoelen);

Bijlage 2 bij artikel 2.2 (Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse diploma’s);

Bijlage 3 bij artikel 2.3, tweede lid (document korte vrijstellingstoets);

Bijlage 4 bij artikel 2.4, derde lid (protocol medische advisering);

Bijlage 5 bij artikel 2.5 (eindtermen kennis van de Nederlandse samenleving);

Bijlage 6 bij artikel 3.3 (model inburgeringsdiploma);

Bijlage 7 bij artikel 3.4 (eindtermen Nederlandse Taal);

Bijlage 8 bij artikel 3.5, eerste lid (model portfolio Werk en model portfolio OGO);

Bijlage 9 bij artikel 3.5, tweede lid (handleiding assessments);

Bijlage 10 bij artikel 3.7, derde lid (eindtermen aanvullend en bijzonder praktijkdeel voor geestelijke bedienaren).

 

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,
M.C.F. Verdonk

 

Bijlage 1. bij artikel 2.1 van de Regeling inburgering

Tijdelijke verblijfsdoelen

 Gezinshereniging of gezinsvorming(1)

 Verblijf ter adoptie of als pleegkind(1)

 Het afwachten van onderzoek naar de geschiktheid van de aspirant-adoptiefouders, bedoeld in artikel 11 van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie

 Familiebezoek

 Het verrichten van arbeid als zelfstandige

 Het verrichten van arbeid in loondienst

 Verblijf als kennismigrant als bedoeld in artikel 1d van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen

 Het zoeken en verrichten van arbeid, al dan niet in loondienst

 Het zoeken van arbeid in loondienst aan boord van een Nederlands zeeschip of op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat

 Het doorbrengen van verlof in Nederland

 Het afwachten van herstel en hervatting van de arbeid in loondienst aan boord van een Nederlands zeeschip of op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat

 Werkzaamheid in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening als bedoeld in artikel 1e van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen

 Verblijf als niet-geprivilegieerd militair of niet-geprivilegieerd burgerpersoneel

 Verblijf als stagiaire of practicant

 Het volgen van studie

 De voorbereiding op studie

 Verblijf als au pair

 Verblijf in het kader van uitwisseling

 Het ondergaan van medische behandeling

 Het afwachten van herstel van medische behandeling

 De vervolging van mensenhandel

 Het afwachten van een verzoek op grond van artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap

 Verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling

 Verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken

 Verblijf als onderzoeker in de zin van richtlijn 2005/71/EG van de Raad van 12 oktober 2005 betreffende een specifieke procedure voor de toelating van onderdanen van derde landen met het oog op wetenschappelijk onderzoek (PbEU L 289)

 Verblijfsrecht op grond van artikel 3.4, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000(2)

 

 

(1) Indien het verblijfsrecht van de persoon bij wie verblijf is toegestaan, tijdelijk van aard is.

(2) Indien bij de verlening van een verblijfsvergunning is bepaald dat het verblijfsrecht tijdelijk van aard is.



Bijlage 2. bij artikel 2.2 (Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse diploma’s)

[Ligt ter inzage bij het Ministerie van Justitie.]



Bijlage 3. bij artikel 2.3, tweede lid
Model document korte vrijstellingstoets

 Document korte vrijstellingstoets

 

 

 

 (voor- en achternaam)

 

 

 

 geboren

(datum) te

(plaats, land)

 

 

 

 heeft deelgenomen aan de korte vrijstellingstoets.

 

 

 

 De uitslag van de toets luidt:

geslaagd.

 

 

 

 

 De korte vrijstellingstoets werd afgenomen volgens het bepaalde bij en krachtens artikel 2.7 van het Besluit inburgering.

 

 

 

 De kandidaat beschikt over:

 a. vaardigheden in de Nederlandse taal op het niveau B1 van het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen; en

 b. kennis van de Nederlandse samenleving op het krachtens artikel 2.10, eerste lid, van het Besluit inburgering vastgestelde niveau.

 

 

 

 Plaats,

Datum,

 

 Groningen

 

(datum vaststelling uitslag)

 

 

 

 Namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

 

 

 

Handtekening van de kandidaat

 

 

 

 (naam van de ondertekenaar)

 

 

 (functie van de ondertekenaar)

 

 

 

 

 

 Beschikkingnummer:

(unieke klantsleutel alleen bekend in ISI)

 

 

 

 Doorhalingen of wijzigingen maken dit document ongeldig.

 

 



Bijlage 4. bij artikel 2.4, derde lid (protocol medische advisering)

[Ligt ter inzage bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer te Den Haag en is gepubliceerd op www.handreikinginburgeringgemeenten.nl.]



Bijlage 5. bij artikel 2.5 (eindtermen kennis van de Nederlandse samenleving)

[Ligt ter inzage bij het Ministerie van Justitie.]



Bijlage 6. bij artikel 3.3 (model inburgeringsdiploma)

[Ligt ter inzage bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer te Den Haag en is gepubliceerd op www.handreikinginburgeringgemeenten.nl.]



Bijlage 7. bij artikel 3.4 (eindtermen Nederlandse Taal)

[Ligt ter inzage bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer te Den Haag en is gepubliceerd op www.handreikinginburgeringgemeenten.nl.]



Bijlage 8. Model portfolio Werk deel 1 algemeen, bij artikel 3.5, eerste lid, van de Regeling inburgering

Model Portfolio Werk

Handleiding bij het maken van een portfolio

U gaat een portfolio maken.

 Dit portfolio is van:

 

 Naam:

 

 Adres:

 

 Woonplaats:

 

 Telefoonnummer:

 

 Geboortedatum:

 

 Burgerservicenummer:

 

 Wat past bij u? Zet een kruisje:

 â—‹

Ik doe examen op niveau A1 voor lezen en schrijven.

 â—‹

Ik doe examen op niveau A2 voor lezen en schrijven.

 

 Wat past bij u? Zet een kruisje:

 â—‹

Mijn profiel is OGO.

 â—‹

Mijn profiel is Werk.

 â—‹

Mijn profiel is Maatschappelijke Participatie.

 â—‹

Mijn profiel is Ondernemerschap.

 

 Wat past bij u? Zet een kruisje:

 â—‹

Ik maak een groot portfolio (20 bewijzen).

 â—‹

Ik maak een klein portfolio (10 bewijzen) en doe ook assessments.

 

 

Een portfolio maken

Wat is een portfolio?

Een portfolio is een map met formulieren. We noemen deze formulieren bewijsformulieren. U gaat een portfolio Werk maken. U laat met het portfolio zien dat u goed bezig bent met uw inburgering in Nederland. U laat zien dat u het Nederlands begrijpt en dat u Nederlands kunt spreken en schrijven. Bijvoorbeeld dat u kunt praten met uw collega’s. Of dat u een sollicitatieformulier kunt invullen. U moet hiervan bewijzen verzamelen. Deze bewijsformulieren doet u in het portfolio.

Het portfolio hoort bij het praktijkdeel van het inburgeringsexamen. Verder is er nog een centraal deel van het inburgeringsexamen. De IB-Groep zorgt voor dit deel van het examen. U maakt zelf uw portfolio.

Hoe maakt u een portfolio?

Het is belangrijk dat u goed Nederlands leert. U leert Nederlands op school, maar ook buiten school. Bijvoorbeeld op uw werk of als u praat met uw buren. Als u veel oefent, leert u goed Nederlands. In het model portfolio Werk staat een lijst met situaties waarin u Nederlands gebruikt. Bijvoorbeeld als u met uw baas praat of als u iets moet regelen bij de bank. Het is belangrijk dat u in zoveel mogelijk situaties oefent met het Nederlands.

Hebt u in een bepaalde situatie Nederlands gepraat? Bijvoorbeeld met een collega? Dan vult u na het gesprek een bewijsformulier Gesprekken in. Dit formulier is het bewijs dat u Nederlands hebt gepraat met de collega. U vraagt ook aan de collega om het bewijsformulier in te vullen. De collega hoeft het formulier niet in te vullen als hij/zij dat niet wil.

Het bewijsformulier Gesprekken zit in het model portfolio. U moet dit formulier eerst kopiëren. Kopieer het formulier zo vaak als u wilt. Zorg ervoor dat u genoeg lege bewijsformulieren hebt. Vul pas daarna het formulier in.

Hebt u in een bepaalde situatie Nederlands geschreven? Dan doet u het briefje of formulier in het portfolio. U vult ook het bewijsformulier Schrijven in. U vindt dit bewijsformulier in het model portfolio.

Welke mogelijkheden zijn er?

Er zijn drie mogelijkheden voor het praktijkdeel van het examen:

1.   Groot portfolio Werk: u verzamelt alleen bewijzen;

2.   Klein portfolio Werk: u verzamelt bewijzen en u doet assessments;

3.   Assessments: u doet alleen assessments[1]) .

 

1. Groot portfolio Werk

Gaat u alleen bewijzen verzamelen?

Dan moet u 20 bewijzen verzamelen. Met deze bewijzen laat u zien dat u Nederlands hebt gepraat en geschreven. U moet deze bewijzen zelf verzamelen.

Als u klaar bent met het verzamelen van bewijzen, dan moet u uw portfolio laten controleren. Als u 20 goede bewijzen hebt verzameld, dan krijgt u een panelgesprek. In het panelgesprek praat u over uw bewijzen. U moet ook een schrijfopdracht doen. U laat nog een keer zien dat u het Nederlands begrijpt en dat u Nederlands kunt spreken en schrijven.

Welke bewijzen moet u verzamelen?

U moet bewijzen verzamelen voor drie onderwerpen:

Burgerschap, Werk hebben en Werk zoeken.

Hoeveel bewijzen moet u per onderwerp verzamelen?

 Groot portfolio Werk

 

Aantal bewijzen

 Burgerschap

8

 Werk hebben

8

 Werk zoeken

4

 Totaal

20

 

 

2. Klein portfolio Werk

Gaat u bewijzen verzamelen én ook assessments doen?

Dan moet u 10 bewijzen verzamelen. Met deze bewijzen laat u zien dat u Nederlands hebt gepraat en geschreven. U moet deze bewijzen zelf verzamelen.

Welke bewijzen moet u verzamelen?

U moet bewijzen verzamelen voor drie onderwerpen:

Burgerschap, Werk hebben en Werk zoeken.

Hoeveel bewijzen moet u per onderwerp verzamelen?

 Klein portfolio Werk

 

Aantal bewijzen

Aantal assessments

 Burgerschap

4

1

 Werk hebben

4

1

 Werk zoeken

2

1

 Totaal

10

2

 

 

1 U krijgt een assessment over het onderwerp Werk hebben. Daarnaast krijgt u een assessment over het onderwerp Burgerschap of over het onderwerp Werk zoeken

Wie kan u helpen met uw portfolio?

U moet de bewijzen voor het portfolio zelf verzamelen. U gaat zelf gesprekken voeren en u gaat zelf schrijven. U kunt hierbij wel hulp vragen.

•. De gemeente (inburgeringsloket) kan u helpen met uw portfolio.

•. Hebt u les op een school? Dan kan ook de school u helpen bij het maken van uw portfolio.

•. Hebt u geen les op een school? Dan kunt u toch naar bepaalde scholen gaan voor hulp. Met de school kunt u dan afspraken maken over uw portfolio en de assessments.

•. Maar u kunt het ook helemaal alleen doen.

 

U kunt ook kijken op www.inburgeren.nl

Bewijzen verzamelen

Bewijzen verzamelen

In uw model portfolio staan situaties. U moet in die situaties oefenen met het Nederlands. Het is belangrijk dat u in alle situaties oefent.

U hoeft niet van alle situaties een bewijs te verzamelen. U moet bewijzen verzamelen voor drie onderwerpen, namelijk: Burgerschap, Werk hebben en Werk zoeken.

Hoeveel bewijzen moet u per onderwerp verzamelen? U hebt in totaal 10 of 20 bewijzen nodig. Kijk in het schema hieronder:

 Portfolio Werk

 

Groot portfolio

Klein portfolio + 2 assessments

 

Aantal bewijzen

Aantal bewijzen

 Burgerschap

8

4

 Werk hebben

8

4

 Werk zoeken

4

2

 

 

U moet oefenen met gesprekken, maar ook met schrijven. U moet dus bewijzen verzamelen van gesprekken én van schrijfproducten. Schrijfproducten zijn bijvoorbeeld formulieren en briefjes. U moet zeker 3 schrijfproducten hebben verzameld. Deze schrijfproducten moet u zelf hebben ingevuld.

Gebruik het Bewijsformulier Gesprekken en het Bewijsformulier Schrijven uit het model portfolio voor het verzamelen van uw bewijzen. Bewaar de bewijsformulieren en (een kopie van) de schrijfproducten goed in uw portfolio.

Wat is een goed bewijs?

A. Wat is een goed bewijs voor Gesprekken?

Voor een goed bewijs voor Gesprekken zijn de volgende dingen heel belangrijk:

1.   De situatie moet in het model portfolio staan.
Hebt u een gesprek met iemand van de bank om een machtiging door te geven? Deze situatie staat WEL in de lijst met situaties in het model portfolio. Vul het bewijsformulier in.
Hebt u een leuk gesprek met iemand in de winkel? Dat is een goede oefening. Maar deze situatie staat NIET in de lijst met situaties in het model portfolio. Daarom kunt u hier geen bewijsformulier van invullen.

2.   U moet praten in een echte situatie met een echt persoon.
Voor het bewijs ‘aangifte doen’ praat u met een echte politieagent op het politiebureau. Bij het bewijs ‘bankzaken’ is dat een medewerker van de bank en praat u bij de bank. Bij de situaties in de buurt praat u met buren. Zo praat u in elke situatie met andere mensen.
Hebt u de situatie ‘aangifte doen’ geoefend met uw taaldocent of met uw buurvrouw op school? Goed dat u de situatie oefent. Maar u kunt het NIET gebruiken als bewijs. U moet voor een bewijs altijd praten met de persoon die past bij die situatie, op de juiste plaats.

3.   Het bewijs mag niet ouder zijn dan 5 jaar.
Het bewijs is na augustus 2006 verzameld.

4.   Het bewijsformulier moet origineel zijn (geen kopie).

5.   U hebt het gesprek zelf gevoerd.

 

Hoe vult u een Bewijsformulier Gesprekken in?

1.   U voert het gesprek.

2.   U vult daarna het bovenste deel van het bewijsformulier in (1. Voor de inburgeraar). U moet dit altijd zelf doen. Geef in het bovenste deel op alle vragen antwoord.

3.   U geeft het bewijsformulier een nummer.

4.   U vraagt of de gesprekspartner het onderste deel wil invullen.
(Vult de gesprekspartner niets in? Dan laat u het onderste deel leeg. Het bewijs is ook goed als de gesprekspartner niets heeft ingevuld.)

5.   U doet het originele bewijsformulier in uw portfolio (geen kopie!).

6.   U vult het nummer van het bewijsformulier en de datum in het model portfolio (overzicht) in.

 

 Voorbeeld: ‘gesprek met de buren’.

Op de volgende bladzijde staat een voorbeeld van een goed bewijs.

Waarom is dit een goed bewijs?

– Alles is ingevuld in het bovenste deel van het formulier (voor de inburgeraar).

– De datum is na augustus 2006 (niet ouder dan 5 jaar).

– De situatie komt uit het model portfolio.

– Er is gepraat met de buurvrouw op de juiste plaats.

– Het formulier is genummerd (3).

– Het onderste deel van het formulier (voor de gesprekspartner) is ook ingevuld.

 

De buren en de buurt

 

Situatie

Bewijsformulier

 

 

gesprek

schrijfproduct

 De buren

Ik maak kennis met de buren; ik stel mijzelf voor aan de buren.

 

 

 

Ik nodig de buren uit.

3
 13-3-‘09

 

 

 

 Voorbeeld: ‘gesprek met de buren’.

[Illustratie Verwijderd]

 

B. Wat is een goed bewijs voor Schrijven?

Voor een goed bewijs voor Schrijven zijn de volgende dingen heel belangrijk:

1.   De situatie moet in het model portfolio staan.
Hebt u een inschrijfformulier voor een taalcursus ingevuld? Deze situatie staat WEL in de lijst met situaties. Vul het bewijsformulier in. Maak een kopie van het inschrijfformulier. Doe dit formulier in uw portfolio.
Hebt u een mooie brief geschreven naar een vriendin? Dat is een goede oefening. Maar deze situatie staat NIET in de lijst met situaties in het portfolio. Daarom kunt u hier geen bewijsformulier van invullen.

2.   U moet een schrijfproduct bij het bewijs hebben.
U moet ALTIJD een schrijfproduct bij het bewijsformulier in het portfolio doen. Dit kan bijvoorbeeld een sollicitatieformulier zijn.
Zorg dat u altijd zelf iets invult of schrijft bij een schrijfproduct!
Hebt u een bewijsformulier ingevuld maar hebt u het schrijfproduct niet meer? Dat is heel jammer, maar u kunt het bewijs dan NIET gebruiken.

3.   Het bewijs mag niet ouder zijn dan 5 jaar.
Het bewijs is na augustus 2006 verzameld.

4.   Het bewijsformulier moet origineel zijn (geen kopie).

5.   U hebt het schrijfbewijs en het schrijfproduct zelf gemaakt.

 

Hoe vult u een Bewijsformulier Schrijven in?

1.   U vult een formulier in of schrijft iets op. Dit is uw schrijfproduct.

2.   U vult daarna het bewijsformulier in. U moet dit altijd zelf doen.
U geeft antwoord op alle vragen.

3.   U geeft het bewijsformulier een nummer.

4.   U vult dit nummer en de datum in het model portfolio (overzicht) in.

5.   U doet het originele bewijsformulier in uw portfolio (dus geen kopie!).

6.   U doet het schrijfproduct samen met het bewijsformulier in uw portfolio. U mag een kopie van het schrijfproduct maken.

 

Hieronder ziet u een goed bewijs voor schrijven. Het schrijfproduct zit er natuurlijk ook bij. Dit is een voorbeeld. U leest ook waarom het een goed bewijs is.

 Voorbeeld: ‘inschrijven voor een cursus’.

Waarom is dit een goed bewijs?

– Alles is ingevuld.

– De datum is na augustus 2006 (niet ouder dan 5 jaar).

– De situatie staat in het model portfolio.

– Het formulier is genummerd (8).

– Er is ook een schrijfproduct bij. Het is zelf ingevuld.

– Het schrijfproduct heeft ook een nummer (8).

 

[Illustratie Verwijderd]

 

[Illustratie Verwijderd]

 

Onderwijs

 

Situatie

Bewijsformulier

 

 

gesprek

schrijfproduct

 Onderwijs

Ik wil weten welke cursussen of opleidingen er zijn. Ik verzamel informatie over cursussen en opleidingen.

 

 

 

Ik schrijf mijzelf in voor een cursus of opleiding.

 

8
 18-3-‘08

 

 

Het portfolio inleveren

Wanneer is uw portfolio klaar?

U wilt uw portfolio inleveren bij de exameninstelling. U kunt uw portfolio opsturen of inleveren. De exameninstelling controleert of u genoeg bewijzen hebt verzameld. Ook controleert de exameninstelling of de bewijzen goed zijn.

Wat levert u in?

1.   Het model portfolio. Wat vult u hier in?

•.       U vult de gegevens in op bladzijde 3.

•.       U zet een nummer op alle bewijsformulieren.

•.       U vult de lijst met de situaties in (model portfolio) met nummer en datum van de bewijzen.

2.   In het portfolio doet u:

•.       uw bewijsformulieren Gesprekken

•.       uw bewijsformulieren Schrijven

•.       alle schrijfproducten die bij de bewijsformulieren van Schrijven horen

 

 Maak een kopie van uw portfolio voordat u het opstuurt naar de exameninstelling! Het is veilig om het portfolio aangetekend te versturen.

Waar kunt u op letten voordat u uw portfolio inlevert?

U gaat uw portfolio inleveren. U wilt natuurlijk dat het portfolio direct wordt goedgekeurd. Kijk daarom nog eens goed naar de volgende dingen:

 Controlelijst portfolio

 

 â—‹

Hebt u uw naam, adres enz. ingevuld op pagina 3 van het portfolio?

 

 

 â—‹

Tel uw bewijsformulieren. Hebt u voor de onderdelen Burgerschap, Werk hebben en Werk zoeken genoeg bewijzen?

 

 

 â—‹

Zijn de bewijzen goed verdeeld over Burgerschap, Werk heben en Werk zoeken?

 

 

 â—‹

Hebt u het overzicht met alle situaties uit het model portfolio ingevuld?

 

 

 â—‹

Hebt u de situaties genummerd in het overzicht? En op de bewijsformulieren?

 

 

 â—‹

Hebt u alle bewijsformulieren zelf ingevuld?

 

 

 â—‹

Hebt u alle bewijsformulieren helemaal ingevuld? Staan de datum en de situatie er ook op?

 

 

 â—‹

Zijn alle bewijsformulieren origineel?

 

 

 â—‹

Hebt u alle bewijzen na augustus 2006 verzameld?

 

 

 â—‹

Hebt u bij alle schrijfbewijzen ook het schrijfproduct in het portfolio gedaan?

 

 

 â—‹

Hebt u alleen situaties uit het model portfolio als bewijs?

 

 

 â—‹

Hebt u voor elke situatie een apart bewijsformulier ingevuld?

 

 

 â—‹

Hebt u elke situatie maar één keer gebruikt voor een bewijs (1 gespreksbewijs en 1 schrijfbewijs)?

 

 

 â—‹

Hebt u voor uw bewijsformulier Gesprekken altijd gepraat met iemand die bij die situatie past? Op de juiste plaats?

 

 

 â—‹

Hebt u in ieder geval drie bewijsformulieren Schrijven in uw portfolio?

 

 

 â—‹

Hebt u in ieder geval één bewijsformulier Gesprekken in uw portfolio?

 

 

Uw portfolio is goedgekeurd. Wat moet u daarna doen?

Groot portfolio Werk:

Hebt u 20 bewijzen verzameld?

Als u 20 goede bewijzen in uw portfolio hebt, krijgt u een panelgesprek. Dit is een gesprek over de bewijzen.

Waar kunt u het panelgesprek doen?

Het panelgesprek is bij een exameninstelling. U hebt een gesprek over uw portfolio. U moet laten zien dat u de bewijzen op een eerlijke manier hebt verzameld. U moet ook laten zien dat u voldoende Nederlands hebt geleerd. U moet praten over de bewijzen die u hebt verzameld. En u moet ook iets opschrijven.

De beoordeling van de exameninstelling is heel belangrijk. Als u een voldoende hebt, dan bent u voor de helft van het inburgeringsexamen geslaagd. U moet ook slagen voor het centrale deel van het inburgeringsexamen.

Als u ook het centrale deel goed hebt gedaan, bent u helemaal geslaagd voor het inburgeringsexamen. Dan krijgt u het inburgeringsdiploma.

Klein portfolio Werk:

Hebt u 10 bewijzen verzameld?

Als u 10 goede bewijzen in uw portfolio hebt, moet u nog assessments doen.

Hoeveel assessments moet u doen?

Als u 10 bewijzen verzamelt, dan moet u 2 assessments doen. U kunt niet zelf kiezen welke assessments dat zijn.

Waar kunt u de assessments doen?

De assessments kunt u doen bij een exameninstelling. Uw docent of de gemeente kan u vertellen welke exameninstellingen in de buurt zijn. U kunt er dan zelf een kiezen.

In de assessments laat u zien dat u het Nederlands voldoende begrijpt en dat u voldoende Nederlands kunt spreken, lezen en schrijven.

De beoordeling van de exameninstelling is heel belangrijk. Als u een voldoende hebt, dan bent u voor de helft van het inburgeringsexamen geslaagd. U moet ook slagen voor het centrale deel van het inburgeringsexamen.

Als u ook het centrale deel goed hebt gedaan, bent u helemaal geslaagd voor het inburgeringsexamen. Dan krijgt u het inburgeringsdiploma.

 Let op: Als u een klein portfolio hebt gemaakt, krijgt u geen panelgesprek over uw portfolio.

Wat moet u doen als uw portfolio niet goed is?

De exameninstelling bekijkt uw portfolio. Soms wordt een portfolio afgekeurd. Waarom kan het portfolio afgekeurd worden? Wat kunt u daar aan doen? Kijk in het schema hieronder:

 Waarom is het portfolio afgekeurd?

Wat kunt u hier aan doen?

 U hebt verkeerde bewijzen verzameld.

Verzamel bewijzen van situaties uit het model portfolio.

 U hebt niet genoeg bewijzen in uw portfolio.

Verzamel nieuwe bewijzen. Probeer altijd twee of meer bewijzen ‘extra’ in uw portfolio te doen.

 Uw bewijzen zijn niet goed verdeeld over Werk hebben, Burgerschap, Werk zoeken.

Kijk voor welk onderwerp u te weinig bewijzen hebt. Verzamel nieuwe bewijzen.

 U hebt alleen bewijsformulieren van Schrijven in uw portfolio.

U moet in ieder geval één bewijsformulier Gesprekken in uw portfolio doen.

 U hebt alleen bewijsformulieren van Gesprekken in uw portfolio.

U moet in ieder geval drie bewijsformulieren Schrijven in uw portfolio doen.

 De bewijsformulieren zijn niet goed ingevuld.

Zorg dat u het bewijsformulier helemaal hebt ingevuld.

 

 

Wanneer wordt een bewijsformulier Gesprekken afgekeurd?

Soms hebt u een bewijsformulier Gesprekken ingevuld, maar is het bewijs toch niet goed. Het bewijs wordt dan afgekeurd door de exameninstelling. Waarom kan het bewijs afgekeurd worden? Wat kunt u hier aan doen? Kijk in het schema hieronder:

 Waarom is het bewijs afgekeurd?

Wat kunt u hier aan doen?

 U hebt niet alles op het bewijsformulier ingevuld (voor de inburgeraar). U bent bijvoorbeeld uw naam of de datum vergeten.

Vul het bovenste gedeelte HELEMAAL in (ook rondjes om ja/nee).

 U hebt het bewijsformulier (bovenste gedeelte, voor de inburgeraar) niet zelf ingevuld.

Hebt u het gesprek wel zelf gevoerd? Vul dan een nieuw bewijsformulier in. Doe dit altijd zelf.

 U hebt het gesprek gevoerd vóór augustus 2006. Een bewijs van voor die datum telt niet mee voor het examen.

Voer het gesprek nog een keer. Vul een nieuw bewijsformulier in.

 U hebt een kopie van het bewijsformulier in het portfolio gedaan.

Doe het originele bewijsformulier in het portfolio.

 U hebt voor één situatie meer bewijsformulieren ingevuld.

Per situatie mag u maar één bewijsformulier Gesprekken invullen.

 U hebt op een bewijsformulier meerdere situaties ingevuld.

U mag op elk bewijsformulier maar één situatie invullen. Vul voor elke situatie een nieuw bewijsformulier in.

 U hebt een situatie ingevuld die niet in het model portfolio staat.

Kies een situatie uit het model portfolio. Vul een nieuw bewijsformulier in.

 U hebt een gesprek gevoerd met iemand die niet echt past bij die situatie, en op een andere plaats.

Voer het gesprek nog een keer met een echte persoon uit een echte situatie, op de juiste plaats. Vul een nieuw bewijsformulier in.

 

 

Wanneer wordt een bewijsformulier Schrijven afgekeurd?

Soms hebt u een bewijsformulier Schrijven ingevuld, maar is het bewijs toch niet goed. Het bewijs wordt dan afgekeurd door de exameninstelling. Waarom kan het bewijs afgekeurd worden? Wat kunt u hier aan doen? Kijk in het schema hieronder:

 Waarom is het bewijs afgekeurd?

Wat kunt u hier aan doen?

 U hebt niet alles op het bewijsformulier ingevuld. U bent bijvoorbeeld uw naam of de datum vergeten.

Vul het bovenste gedeelte HELEMAAL in.

 U hebt het bewijsformulier niet zelf ingevuld.

Hebt u het schrijfproduct wel zelf geschreven? Vul dan alleen een nieuw bewijsformulier in. Doe dit altijd zelf.

 U hebt het schrijfproduct verzameld vóór augustus 2006. Een bewijs van voor die datum telt niet mee voor het examen.

Maak een nieuw schrijfproduct bij een situatie. Vul een nieuw bewijsformulier in.

 U hebt een kopie van het bewijsformulier in het portfolio gedaan.

Doe altijd het originele bewijsformulier in het portfolio.

 U hebt geen schrijfproduct bij het bewijsformulier.

Doe het goede schrijfproduct in uw portfolio. Hebt u geen schrijfproduct meer? Maak dan een nieuw schrijfproduct bij een situatie. Vul een nieuw bewijsformulier in.

 U hebt een schrijfproduct ingeleverd dat niet door u zelf is ingevuld of geschreven.

Zorg dat u altijd zelf een schrijfproduct invult of zelf geschreven hebt.

 U hebt voor een situatie meer bewijsformulieren ingevuld.

Per situatie mag u maar één bewijsformulier Schrijven invullen.

 U hebt op een bewijsformulier meerdere situaties ingevuld.

U mag op elk bewijsformulier maar één situatie invullen. Vul voor elke situatie een nieuw bewijsformulier in.

 U hebt een situatie ingevuld die niet in het model portfolio staat.

Kies een situatie uit het model portfolio. Vul een nieuw bewijsformulier in.

 

 

Model Portfolio

Burgerschap

 Kruis hier aan welke bewijzen u hebt verzameld.

 Doe de bewijsformulieren en schrijfproducten in uw portfolio.

* = Hier kunt u geen bewijs van verzamelen.

Gemeentelijke instanties

 

Situatie

Bewijsformulier

 

 

gesprek

schrijfproduct

 Wijzigingen in je persoonsgegevens doorgeven

Ik schrijf me in bij de gemeente.

 

 

 

Ik meld de geboorte van mijn kind bij de gemeente.

 

*

 

Ik meld bij de gemeente dat ik ga samenwonen of trouwen.

 

 

 Documenten en andere zaken aanvragen

Ik vraag een document aan bij de gemeente. Bijvoorbeeld een rijbewijs of een paspoort.

 

*

 

Ik wil graag Nederlander worden. Ik vraag de gemeente of ik Nederlander kan worden ( = naturaliseren).

 

 

 Aangifte doen bij de politie

Er is iets gebeurd. Mijn fiets is bijvoorbeeld gestolen of er is ingebroken in mijn huis. Ik ga naar de politie om dit te zeggen. Ik doe dus aangifte bij de politie.

 

 

 

 

Betalingsverkeer

 

Situatie

Bewijsformulier

 

 

gesprek

schrijfproduct

 Bankzaken

Ik wil een bankrekening. Ik ga naar de bank om een bankrekening te openen.

 

 

 

Ik blokkeer mijn bankrekening. Mijn bankpas is bijvoorbeeld gestolen. En ik wil niet dat de dief mijn geld kan gebruiken.

 

*

 

Ik heb geld nodig. Ik pin geld bij de bank.

*

(pinbon is toegestaan als bewijs)

 

Ik moet een rekening betalen. Ik vraag de bank om de rekening te betalen. Ik geef
 een betaalopdracht aan de bank.

*

 

 

Ik geef een machtiging aan de bank. Ik moet bijvoorbeeld elke maand huur betalen aan mijn huurbaas. Ik vraag de bank om dit geld elke maand automatisch te betalen. Dat is een machtiging geven.

 

 

 

 

Verzekeringen

 

Situatie

Bewijsformulier

 

 

gesprek

schrijfproduct

 Verzekeringen

Ik vraag informatie aan over de verschillende soorten verzekeringen.
 (kan een telefoongesprek zijn)

 

*

 

Ik sluit een verzekering af.
 (kan een telefoongesprek zijn)

 

 

 

Er is iets gebeurd. Er is bijvoorbeeld bij mij ingebroken. Ik vraag aan de verzekering of de verzekering betaalt.
 (kan een telefoongesprek zijn)

 

 

 

 

Wonen

 

Situatie

Bewijsformulier

 

 

gesprek

schrijfproduct

 Een huis huren/verhuizen

Ik wil een huis huren. Ik lees de huizenkrant. Ik meld welk huis ik wil huren.

*

 

 

Ik praat met de woningbouwvereniging.

 

*

 

Ik ga verhuizen. Ik vul een verhuisbericht in.

*

 

 

Ik betaal huur.

*

 

 

Ik betaal belastingen aan de gemeente (gemeentelijke belastingen). Bijvoorbeeld voor het ophalen van mijn huisvuil.
 (kan een telefoongesprek zijn)

 

 

 Gas, water, elektriciteit, telefoon

Ik schrijf op hoeveel gas, water en elektriciteit ik heb gebruikt. Dat is de meterstand. Ik meld de meterstand.

*

 

 

Ik betaal de rekening voor gas, water en elektriciteit.

*

 

 

Ik krijg één keer per jaar een overzicht van hoeveel gas, water en elektriciteit ik heb gebruikt. Dat is de jaarrekening. Ik begrijp de jaarafrekening.
 (kan een telefoongesprek zijn)

 

(kopie van jaarrekening op naam van kandidaat of partner is toegestaan als bewijs)

 

Ik praat met het energiebedrijf.
 (kan een telefoongesprek zijn)

 

*

 

Ik wil telefoon. Ik regel een telefoonaansluiting.
 (kan een telefoongesprek zijn)

 

 

 Milieu

Ik begrijp het ophaalrooster voor afval. In dat rooster staat wanneer ze de verschillende soorten afval komen ophalen.

*

(kopie van ophaalrooster is toegestaan als bewijs)

 

Ik bel met de reinigingsdienst van de gemeente.

 

*

 

 

Onderwijs

 

Situatie

Bewijsformulier

 

 

gesprek

schrijfproduct

 Onderwijs

Ik wil weten welke cursussen of opleidingen er zijn. Ik verzamel informatie over cursussen en opleidingen (kan een telefoongesprek zijn)

 

*

 

Ik schrijf mijzelf in voor een cursus of opleiding (kan een telefoongesprek zijn)

 

 

 

Ik doe een cursus of opleiding.

 

 

 

 

De buren en de buurt

 

Situatie

Bewijsformulier

 

 

gesprek

schrijfproduct

 De buren

Ik maak kennis met de buren; ik stel mijzelf voor aan de buren.

 

*

 

Ik nodig de buren uit.

 

 

 

Ik reageer op familieberichten. Een familiebericht is bijvoorbeeld een kaartje van de geboorte van een kind. Of een bericht dat iemand dood is gegaan.

 

 

 

Ik vertel de buren over (aankomende) overlast. Bijvoorbeeld als ik een feest geef. Ik zeg dan tegen de buren dat er misschien wat lawaai komt.

 

 

 

Ik praat met de buren over hoe ik of zij kunnen zorgen dat er minder overlast komt.

 

*

 

Ik heb voor overlast gezorgd. Bijvoorbeeld lawaai. Of ik heb iets kapotgemaakt van de buren. Ik zeg sorry tegen de buren.

 

*

 

 

Werk zoeken

 Kruis hier aan welke bewijzen u hebt verzameld.

 Doe de bewijsformulieren en schrijfproducten in uw dossier.

 

Situatie

Bewijsformulier

 

 

gesprek

schrijfproduct

 Werk zoeken

Ik zoek werk. Ik schrijf mijzelf in als werkzoekende.

 

 

 

Ik zoek vacatures in de krant of op internet.

*

(kopie van vacature is toegestaan als bewijs)

 

Ik vraag informatie over vacatures.

 

 

 Solliciteren

Ik heb een sollicitatiegesprek. Ik bereid het gesprek voor.

*

 

 

Ik heb een telefonisch sollicitatiegesprek.

 

*

 

Ik vul een sollicitatieformulier in.

*

 

 

Ik lees een uitnodiging voor een sollicitatiegesprek.

*

(uitnodigingsbrief op naam van kandidaat is toegestaan als bewijs)

 

Ik heb een sollicitatiegesprek of intakegesprek.

 

*

 Praten over het arbeidscontract (salaris, werktijden e.d.)

Ik heb een nieuwe baan. Ik bereid een gesprek voor over het arbeidscontract.

*

 

 

Ik praat over arbeidsvoorwaarden. Arbeidsvoorwaarden zijn bijvoorbeeld hoeveel geld ik krijg en welke dagen ik moet werken.

 

*

 

 

Werk hebben

 Kruis hier aan welke bewijzen u hebt verzameld.

 Doe de bewijsformulieren en schrijfproducten in uw dossier.

Werk algemeen

 

Situatie

Bewijsformulier

 

 

gesprek

schrijfproduct

 Praten over arbeidsvoorwaarden (verlof, kinderopvang e.d.)

Ik heb werk. Ik bereid een gesprek voor over arbeidsvoorwaarden. Arbeidsvoorwaarden zijn afspraken over bijvoorbeeld verlof, overuren en kinderopvang. (Kan ook een telefoongesprek zijn)

 

 

 

Ik praat over arbeidsvoorwaarden.

 

*

 Het functioneringsgesprek

Ik bereid een functioneringsgesprek voor. Een functioneringsgesprek is een gesprek met mijn baas over hoe ik mijn werk doe.

*

 

 

Ik heb een functioneringsgesprek. Ik praat met mijn baas over hoe ik mijn werk doe.

 

*

 Ziek- en beter melden

Ik bel mijn baas om te zeggen dat ik ziek ben. Of om te zeggen dat ik beter ben.

 

*

 

Ik vul een formulier van de arbo-dienst in. De arbo-dienst is een dienst die zorgt dat werknemers goed en veilig kunnen werken. Als je ziek bent moet je een formulier van de arbo-dienst invullen.

*

 

 

Ik praat met de bedrijfsarts. Een bedrijfarts is een dokter die werkt voor de werkgever. Hij onderzoekt werknemers als die ziek zijn.
 De bedrijfsarts informeert de werkgever over de ziekte van de werknemer.

 

*

 Werkoverleg/team-vergaderingen

Ik bereid een werkoverleg voor. Een werkoverleg is een vergadering over het werk.

 

 

 

Ik doe mee met een werkoverleg.

 

*

 

Ik schrijf een verslag tijdens een werkoverleg. Ik schrijf op wat er tijdens het werkoverleg wordt gezegd.

*

 

 Overleggen met collega's

Ik praat met collega’s over de werkverdeling. Ik praat met collega’s over wie wat moet doen op het werk.

 

*

 

Ik praat met collega’s over hoe het werk is gedaan.

 

*

 Praten met collega’s

Ik praat met collega’s over persoonlijke, alledaagse dingen.

 

*

 

 

Werk hebben specifiek

Techniek

 

Situatie

Bewijsformulier

 

 

gesprek

schrijfproduct

 Contacten met klanten

Ik praat met een klant voor ik aan het werk begin. Ik praat over wat ik moet doen.

 

*

 

Ik praat tijdens het werk met een klant over wat ik moet doen.

 

*

 

Ik praat met een klant over hoe ik het werk moet afmaken.

 

*

 

Ik schrijf op een formulier wat ik allemaal gedaan heb en hoe ik dat gedaan heb.

*

 

 Rapporteren

Ik schrijf op wat ik allemaal gedaan heb tijdens het werk.

*

 

 

Mijn werk is klaar. Ik schrijf kort op wat er nu nog moet gebeuren.

*

 

 

Ik vertel over het werk dat ik heb gedaan.

 

*

 

Mijn werk is klaar. Ik vertel wat er na mijn werk nog moet gebeuren.

 

*

 Arbo-voorschriften begrijpen

Ik lees teksten over gezond, hygiënisch en veilig werken.

*

(teksten zijn toegestaan als bewijs)

 

Ik praat over gezond, hygiënisch en veilig werken op het werk.

 

*

 

Ik volg een demonstratie of korte cursus over veiligheid.

 

*

 Omgaan met klachten

Een klant vindt dat ik mijn werk niet goed heb gedaan. De klant heeft een klacht. Ik praat met de klant over de klacht.

 

*

 

Een klant heeft een klacht. Ik schrijf de klacht op.

*

 

 Werkinstructies begrijpen

Ik begrijp een mondelinge instructie bij een machine of een apparaat.

 

*

 

Ik lees instructies.

*

(kopie van werkinstructie is toegestaan als bewijs)

 

Ik krijg werkinstructies.
 Ik lees de werkinstructies. Ik stel vragen over de werkinstructies.

 

*

 

 

Handel en dienstverlening

 

Situatie

Bewijsformulier

 

 

gesprek

schrijfproduct

 Klantcontacten

Ik maak contact met klanten.

 

*

 

Ik praat met klanten over producten en diensten. Bijvoorbeeld over of een bepaald product aanwezig is.

 

 

 

Ik praat over de kwaliteit, de prijs of het gebruik van producten of diensten.

 

*

 

Ik zoek schriftelijke informatie op.

 

*

 Rapporteren

Ik schrijf op wat ik allemaal gedaan heb tijdens het werk.

*

 

 

Mijn werk is klaar. Ik schrijf kort op wat er nu nog moet gebeuren.

*

 

 

Ik vertel over het werk dat ik heb gedaan.

 

*

 

Mijn werk is klaar. Ik vertel wat er na mijn werk nog moet gebeuren.

 

*

 Arbo-voorschriften begrijpen

Ik lees teksten over gezond, hygiënisch en veilig werken.

*

(teksten zijn toegestaan als bewijs)

 

Ik praat over gezond, hygiënisch en veilig werken op het werk.

 

*

 

Ik volg een demonstratie of korte cursus over veiligheid.

 

*

 Omgaan met klachten

Een klant vindt dat ik mijn werk niet goed heb gedaan. De klant heeft een klacht. Ik praat met de klant over de klacht.

 

*

 

Een klant heeft een klacht. Ik schrijf de klacht op.

*

 

 Werkinstructies begrijpen

Ik begrijp een mondelinge instructie bij een machine of een apparaat.

 

*

 

Ik lees instructies.

*

(kopie van werkinstructie is toegestaan als bewijs)

 

Ik krijg werkinstructies.
 Ik lees de werkinstructies. Ik stel vragen over de werkinstructies.

 

*

 

 

Zorg en welzijn

 

Situatie

Bewijsformulier

 

 

gesprek

schrijfproduct

 Klantcontacten

Ik praat met cliënten en bezoekers.

 

*

 

Ik geef aanwijzingen aan cliënten en bezoekers.

 

*

 

Ik praat met een klant over het werk.

 

*

 

Ik ontvang bezoekers van de instelling en geef informatie.

 

 

 Rapporteren

Ik schrijf op wat ik allemaal gedaan heb tijdens het werk.

*

 

 

Mijn werk is klaar. Ik schrijf kort op wat er nu nog moet gebeuren.

*

 

 

Ik vertel over het werk dat ik heb gedaan.

 

*

 

Mijn werk is klaar. Ik vertel wat er na mijn werk nog moet gebeuren.

 

*

 Arbo-voorschriften begrijpen

Ik lees teksten over gezond, hygiënisch en veilig werken.

*

(teksten zijn toegestaan als bewijs)

 

Ik praat over gezond, hygiënisch en veilig werken op het werk.

 

*

 

Ik volg een demonstratie of korte cursus over veiligheid.

 

 

 Omgaan met klachten

Een cliënt of bezoeker vindt dat ik mijn werk niet goed heb gedaan. De cliënt heeft een klacht. Ik praat met de cliënt of de bezoeker over de klacht.

 

*

 

Een cliënt of bezoeker heeft een klacht. Ik schrijf de klacht op.

*

 

 Werkinstructies begrijpen

Ik begrijp een mondelinge instructie bij een handeling of een apparaat.

 

*

 

Ik lees instructies.

*

(kopie van werkinstructie is toegestaan als bewijs)

 

Ik krijg werkinstructies.
 Ik lees de werkinstructies. Ik stel vragen over de werkinstructies.

 

*

 

 

Brief voor de gesprekspartner

 Brief voor de gesprekspartner

 

 Op de volgende pagina vindt u een brief. Als u een gesprek hebt, neemt u deze brief mee. U geeft de brief aan de persoon met wie u praat. Deze persoon is uw gesprekspartner. Uw gesprekspartner leest in de brief wat hij/zij moet doen. Na het gesprek vult hij/zij het bewijsformulier in. Dit hoeft niet, als hij/zij dat niet wil. Uw gesprekspartner beoordeelt met het formulier of u Nederlands praat. Hij/zij beoordeelt ook of u elkaar begrijpt.

 

 

 

Beste heer, mevrouw,

Mensen die een andere moedertaal hebben dan het Nederlands, moeten in veel gevallen een inburgeringsexamen afleggen. Dat examen bestaat uit verschillende onderdelen. In één van die onderdelen moet de inburgeraar bewijzen dat hij in allerlei situaties in Nederland kan functioneren wat betreft zijn taalvaardigheid.

Uw hulp is nodig!

U hebt (beroepshalve) contact met deze inburgeraar.

Het kan gaan om een informatiegesprek, een verkoopgesprek, een aanvraag, het maken van een afspraak, noem maar op. Misschien komen er ook schriftelijke activiteiten aan bod, zoals het invullen van een formulier of het beantwoorden van een vragenlijst.

Het zijn dit soort situaties waarover de inburgeraar bewijzen moet verzamelen: hij moet aantonen dat hij deze taken in het Nederlands kan uitvoeren.

Wat moet u doen?

We willen graag weten of de communicatie goed verlopen is. Daarom vragen we u een paar vragen te beantwoorden over uw (taal)contact met deze inburgeraar. De vragen vindt u op het Bewijsformulier Gesprekken.

Fouten maken mag

Het gaat er niet om dat de inburgeraar foutloos Nederlands moet praten. Grammaticafouten, een accent, het zoeken naar woorden, dat mag allemaal. Maar de inburgeraar moet wél in staat zijn om zelfstandig een gesprekje met u te voeren zonder hulp van een tolk. Misschien is er een beetje inspanning van beide kanten nodig, maar dan kunt u elkaar wel begrijpen.

Wij vragen u om de vragen onder op het bewijsformulier (onder 2. Voor de gesprekspartner) in te vullen. Het invullen van het formulier is niet verplicht. Als u niet wilt, hoeft u het formulier niet in te vullen. Als u het wel doet, helpt u de inburgeraar bij zijn examen.

Bedankt voor uw hulp!

Bewijsformulieren

[Illustratie Verwijderd]

 

[Illustratie Verwijderd]

 

Resultaten Assessments verzamelen

 Resultaten Assessments verzamelen

 

 Als u 20 bewijzen hebt verzameld, hoeft u geen assessments te doen. Als u 10 bewijzen hebt verzameld, moet u 2 assessments goed doen. U moet op alle twee de assessments een voldoende halen. U moet hiervan een bewijs hebben. U kunt ook 4 assessments doen.

 U kunt niet overal assessments doen.

 U kunt niet zelf kiezen welke assessments u doet.

 

 Als u de assessments goed hebt gedaan, dan vult de exameninstelling uw beoordelingsformulier in.

 

 Let op:

 â—‹ U mag van het ingevulde formulier geen kopie maken: u moet het originele formulier hebben. Met een echte handtekening én een stempel van de exameninstelling waar u de assessments hebt gedaan.

 

 Veel succes met de assessments!

 

 

[Illustratie Verwijderd]

 

Bijlage 8. Model portfolio Werk deel 2 specifiek, bij artikel 3.5, eerste lid, van de Regeling inburgering

Model Portfolio Werk (behorend bij de portfolio route: alleen bewijzen verzamelen)

Handleiding bij het maken van een portfolio

U gaat een portfolio maken.

 Dit portfolio is van:

 

 Naam:

 

 Adres:

 

 Woonplaats:

 

 Telefoonnummer:

 

 Geboortedatum:

 

 Burgerservicenummer:

 

 Wat past bij u? Zet een kruisje:

 â—‹

Ik doe examen op niveau A1 voor lezen en schrijven.

 â—‹

Ik doe examen op niveau A2 voor lezen en schrijven.

 

 Wat past bij u? Zet een kruisje:

 â—‹

Mijn profiel is OGO.

 â—‹

Mijn profiel is Werk.

 â—‹

Mijn profiel is Maatschappelijke Participatie.

 â—‹

Mijn profiel is Ondernemerschap.

 

 Wat past bij u? Zet een kruisje:

 â—‹

Ik maak een groot portfolio (20 bewijzen).

 â—‹

Ik maak een klein portfolio (10 bewijzen) en doe ook assessments.

 

 

Een portfolio maken

Wat is een portfolio?

Een portfolio is een map met formulieren. We noemen deze formulieren bewijsformulieren. U gaat een portfolio Werk maken. U laat met het portfolio zien dat u goed bezig bent met uw inburgering in Nederland. U laat zien dat u het Nederlands begrijpt en dat u Nederlands kunt spreken en schrijven. Bijvoorbeeld dat u kunt praten met uw collega’s. Of dat u een sollicitatieformulier kunt invullen. U moet hiervan bewijzen verzamelen. Deze bewijsformulieren doet u in het portfolio.

Het portfolio hoort bij het praktijkdeel van het inburgeringsexamen. Verder is er nog een centraal deel van het inburgeringsexamen. De IB-Groep zorgt voor dit deel van het examen. U maakt zelf uw portfolio.

Hoe maakt u een portfolio?

Het is belangrijk dat u goed Nederlands leert. U leert Nederlands op school, maar ook buiten school. Bijvoorbeeld op uw werk of als u praat met uw buren. Als u veel oefent, leert u goed Nederlands. In het model portfolio Werk staat een lijst met situaties waarin u Nederlands gebruikt. Bijvoorbeeld als u met uw baas praat of als u iets moet regelen bij de bank. Het is belangrijk dat u in zoveel mogelijk situaties oefent met het Nederlands.

Hebt u in een bepaalde situatie Nederlands gepraat? Bijvoorbeeld met een collega? Dan vult u na het gesprek een bewijsformulier Gesprekken in. Dit formulier is het bewijs dat u Nederlands hebt gepraat met de collega. U vraagt ook aan de collega om het bewijsformulier in te vullen. De collega hoeft het formulier niet in te vullen als hij/zij dat niet wil.

Het bewijsformulier Gesprekken zit in het model portfolio. U moet dit formulier eerst kopiëren. Kopieer het formulier zo vaak als u wilt. Zorg ervoor dat u genoeg lege bewijsformulieren hebt. Vul pas daarna het formulier in.

Hebt u in een bepaalde situatie Nederlands geschreven? Dan doet u het briefje of formulier in het portfolio. U vult ook het bewijsformulier Schrijven in. U vindt dit bewijsformulier in het model portfolio.

Welke mogelijkheden zijn er?

Er zijn drie mogelijkheden voor het praktijkdeel van het examen:

1.   Groot portfolio Werk: u verzamelt alleen bewijzen;

2.   Klein portfolio Werk: u verzamelt bewijzen en u doet assessments;

3.   Assessments: u doet alleen assessments[2]) .

 

Groot portfolio Werk: u gaat alleen bewijzen verzamelen

Dan moet u 20 bewijzen verzamelen. Met deze bewijzen laat u zien dat u Nederlands hebt gepraat en geschreven. U moet deze bewijzen zelf verzamelen.

Als u klaar bent met het verzamelen van bewijzen, dan moet u uw portfolio laten controleren. Als u 20 goede bewijzen hebt verzameld, dan krijgt u een panelgesprek. In het panelgesprek praat u over uw bewijzen. U moet ook een schrijfopdracht doen. U laat nog een keer zien dat u het Nederlands begrijpt en dat u Nederlands kunt spreken en schrijven.

Welke bewijzen moet u verzamelen?

U moet bewijzen verzamelen voor drie onderwerpen:

Burgerschap, Werk hebben en Werk zoeken.

Hoeveel bewijzen moet u per onderwerp verzamelen?

 Groot portfolio Werk

 

Aantal bewijzen

 Burgerschap

8

 Werk hebben

8

 Werk zoeken

4

 Totaal

20

 

 

Wie kan u helpen met uw portfolio?

U moet de bewijzen voor het portfolio zelf verzamelen. U gaat zelf gesprekken voeren en u gaat zelf schrijven. U kunt hierbij wel hulp vragen.

•. De gemeente (inburgeringsloket) kan u helpen met uw portfolio.

•. Hebt u les op een school? Dan kan ook de school u helpen bij het maken van uw portfolio.

•. Hebt u geen les op een school? Dan kunt u toch naar bepaalde scholen gaan voor hulp. Met de school kunt u dan afspraken maken over uw portfolio en de assessments.

•. Maar u kunt het ook helemaal alleen doen.

 

U kunt ook kijken op www.inburgeren.nl

Bewijzen verzamelen

Bewijzen verzamelen

In uw model portfolio staan situaties. U moet in die situaties oefenen met het Nederlands. Het is belangrijk dat u in alle situaties oefent.

U hoeft niet van alle situaties een bewijs te verzamelen. U moet bewijzen verzamelen voor drie onderwerpen, namelijk: Burgerschap, Werk hebben en Werk zoeken.

Hoeveel bewijzen moet u per onderwerp verzamelen? U hebt in totaal 20 bewijzen nodig. Kijk in het schema hieronder:

 Groot portfolio

 

Aantal bewijzen

 Burgerschap

8

 Werk hebben

8

 Werk zoeken

4

 

 

U moet oefenen met gesprekken, maar ook met schrijven. U moet dus bewijzen verzamelen van gesprekken én van schrijfproducten. Schrijfproducten zijn bijvoorbeeld formulieren en briefjes. U moet zeker 3 schrijfproducten hebben verzameld. Deze schrijfproducten moet u zelf hebben ingevuld.

Gebruik het Bewijsformulier Gesprekken en het Bewijsformulier Schrijven uit het model portfolio voor het verzamelen van uw bewijzen. Bewaar de bewijsformulieren en (een kopie van) de schrijfproducten goed in uw portfolio.

Wat is een goed bewijs?

A. Wat is een goed bewijs voor Gesprekken?

Voor een goed bewijs voor Gesprekken zijn de volgende dingen heel belangrijk:

1.   De situatie moet in het model portfolio staan.
Hebt u een gesprek met iemand van de bank om een machtiging door te geven? Deze situatie staat WEL in de lijst met situaties in het model portfolio. Vul het bewijsformulier in.
Hebt u een leuk gesprek met iemand in de winkel? Dat is een goede oefening. Maar deze situatie staat NIET in de lijst met situaties in het model portfolio. Daarom kunt u hier geen bewijsformulier van invullen.

2.   U moet praten in een echte situatie met een echt persoon.
Voor het bewijs ‘aangifte doen’ praat u met een echte politieagent op het politiebureau. Bij het bewijs ‘bankzaken’ is dat een medewerker van de bank en praat u bij de bank. Bij de situaties in de buurt praat u met buren. Zo praat u in elke situatie met andere mensen.
Hebt u de situatie ‘aangifte doen’ geoefend met uw taaldocent of met uw buurvrouw op school? Goed dat u de situatie oefent. Maar u kunt het NIET gebruiken als bewijs. U moet voor een bewijs altijd praten met de persoon die past bij die situatie, op de juiste plaats.

3.   Het bewijs mag niet ouder zijn dan 5 jaar.
Het bewijs is na augustus 2006 verzameld.

4.   Het bewijsformulier moet origineel zijn (geen kopie).

5.   U hebt het gesprek zelf gevoerd.

 

Hoe vult u een Bewijsformulier Gesprekken in?

1.   U voert het gesprek.

2.   U vult daarna het bovenste deel van het bewijsformulier in (1. Voor de inburgeraar). U moet dit altijd zelf doen. Geef in het bovenste deel op alle vragen antwoord.

3.   U geeft het bewijsformulier een nummer.

4.   U vraagt of de gesprekspartner het onderste deel wil invullen.
(Vult de gesprekspartner niets in? Dan laat u het onderste deel leeg. Het bewijs is ook goed als de gesprekspartner niets heeft ingevuld.)

5.   U doet het originele bewijsformulier in uw portfolio (geen kopie!).

6.   U vult het nummer van het bewijsformulier en de datum in het model portfolio (overzicht) in.

 

 Voorbeeld: ‘gesprek met de buren’.

Op de volgende bladzijde staat een voorbeeld van een goed bewijs.

Waarom is dit een goed bewijs?

– Alles is ingevuld in het bovenste deel van het formulier (voor de

– inburgeraar).

– De datum is na augustus 2006 (niet ouder dan 5 jaar).

– De situatie komt uit het model portfolio.

– Er is gepraat met de buurvrouw op de juiste plaats.

– Het formulier is genummerd (3).

– Het onderste deel van het formulier (voor de gesprekspartner) is ook

– ingevuld.

 

De buren en de buurt

 

Situatie

Bewijsformulier

 

 

gesprek

schrijfproduct

 De buren

Ik maak kennis met de buren; ik stel mijzelf voor aan de buren.

 

 

 

Ik nodig de buren uit.

3
 13-3-‘09

 

 

 

 Voorbeeld: ‘gesprek met de buren’.

[Illustratie Verwijderd]

 

B. Wat is een goed bewijs voor Schrijven?

Voor een goed bewijs voor Schrijven zijn de volgende dingen heel belangrijk:

1.   De situatie moet in het model portfolio staan.
Hebt u een inschrijfformulier voor een taalcursus ingevuld? Deze situatie staat WEL in de lijst met situaties. Vul het bewijsformulier in. Maak een kopie van het inschrijfformulier. Doe dit formulier in uw portfolio.
Hebt u een mooie brief geschreven naar een vriendin? Dat is een goede oefening. Maar deze situatie staat NIET in de lijst met situaties in het portfolio. Daarom kunt u hier geen bewijsformulier van invullen.

2.   U moet een schrijfproduct bij het bewijs hebben.
U moet ALTIJD een schrijfproduct bij het bewijsformulier in het portfolio doen. Dit kan bijvoorbeeld een sollicitatieformulier zijn.
Zorg dat u altijd zelf iets invult of schrijft bij een schrijfproduct!
Hebt u een bewijsformulier ingevuld maar hebt u het schrijfproduct niet meer? Dat is heel jammer, maar u kunt het bewijs dan NIET gebruiken.

3.   Het bewijs mag niet ouder zijn dan 5 jaar.
Het bewijs is na augustus 2006 verzameld.

4.   Het bewijsformulier moet origineel zijn (geen kopie).

5.   U hebt het schrijfbewijs en het schrijfproduct zelf gemaakt.

 

Hoe vult u een Bewijsformulier Schrijven in?

1.   U vult een formulier in of schrijft iets op. Dit is uw schrijfproduct.

2.   U vult daarna het bewijsformulier in. U moet dit altijd zelf doen.
U geeft antwoord op alle vragen.

3.   U geeft het bewijsformulier een nummer.

4.   U vult dit nummer en de datum in het model portfolio (overzicht) in.

5.   U doet het originele bewijsformulier in uw portfolio (dus geen kopie!).

6.   U doet het schrijfproduct samen met het bewijsformulier in uw portfolio. U mag een kopie van het schrijfproduct maken.

 

Hieronder ziet u een goed bewijs voor schrijven. Het schrijfproduct zit er natuurlijk ook bij. Dit is een voorbeeld. U leest ook waarom het een goed bewijs is.

 Voorbeeld: ‘inschrijven voor een cursus’.

Waarom is dit een goed bewijs?

– Alles is ingevuld.

– De datum is na augustus 2006 (niet ouder dan 5 jaar).

– De situatie staat in het model portfolio.

– Het formulier is genummerd (8).

– Er is ook een schrijfproduct bij. Het is zelf ingevuld.

– Het schrijfproduct heeft ook een nummer (8).

 

[Illustratie Verwijderd]

 

[Illustratie Verwijderd]

 

Onderwijs

 

Situatie

Bewijsformulier

 

 

gesprek

schrijfproduct

 Onderwijs

Ik wil weten welke cursussen of opleidingen er zijn. Ik verzamel informatie over cursussen en opleidingen.

 

 

 

Ik schrijf mijzelf in voor een cursus of opleiding.

 

8
 18-3-‘08

 

 

Het portfolio inleveren

Wanneer is uw portfolio klaar?

U wilt uw portfolio inleveren bij de exameninstelling. U kunt uw portfolio opsturen of inleveren. De exameninstelling controleert of u genoeg bewijzen hebt verzameld. Ook controleert de exameninstelling of de bewijzen goed zijn.

Wat levert u in?

1.   Het model portfolio. Wat vult u hier in?

•.       U vult de gegevens in op bladzijde 3.

•.       U zet een nummer op alle bewijsformulieren.

•.       U vult de lijst met de situaties in (model portfolio) met nummer en datum van de bewijzen.

2.   In het portfolio doet u:

•.       uw bewijsformulieren Gesprekken

•.       uw bewijsformulieren Schrijven

•.       alle schrijfproducten die bij de bewijsformulieren van Schrijven horen

 

 Maak een kopie van uw portfolio voordat u het opstuurt naar de exameninstelling! Het is veilig om het portfolio aangetekend te versturen.

Waar kunt u op letten voordat u uw portfolio inlevert?

U gaat uw portfolio inleveren. U wilt natuurlijk dat het portfolio direct wordt goedgekeurd. Kijk daarom nog eens goed naar de volgende dingen:

 Controlelijst portfolio

 

 

 â—‹

Hebt u uw naam, adres enz. ingevuld op pagina 3 van het portfolio?

 

 

 â—‹

Tel uw bewijsformulieren. Hebt u voor de onderdelen Burgerschap, Werk hebben en Werk zoeken genoeg bewijzen?

 

 

 â—‹

Zijn de bewijzen goed verdeeld over Burgerschap, Werk heben en Werk zoeken?

 

 

 â—‹

Hebt u het overzicht met alle situaties uit het model portfolio ingevuld?

 

 

 â—‹

Hebt u de situaties genummerd in het overzicht? En op de bewijsformulieren?

 

 

 â—‹

Hebt u alle bewijsformulieren zelf ingevuld?

 

 

 â—‹

Hebt u alle bewijsformulieren helemaal ingevuld? Staan de datum en de situatie er ook op?

 

 

 â—‹

Zijn alle bewijsformulieren origineel?

 

 

 â—‹

Hebt u alle bewijzen na augustus 2006 verzameld?

 

 

 â—‹

Hebt u bij alle schrijfbewijzen ook het schrijfproduct in het portfolio gedaan?

 

 

 â—‹

Hebt u alleen situaties uit het model portfolio als bewijs?

 

 

 â—‹

Hebt u voor elke situatie een apart bewijsformulier ingevuld?

 

 

 â—‹

Hebt u elke situatie maar één keer gebruikt voor een bewijs (1 gespreksbewijs en 1 schrijfbewijs)?

 

 

 â—‹

Hebt u voor uw bewijsformulier Gesprekken altijd gepraat met iemand die bij die situatie past? Op de juiste plaats?

 

 

 â—‹

Hebt u in ieder geval drie bewijsformulieren Schrijven in uw portfolio?

 

 

 â—‹

Hebt u in ieder geval één bewijsformulier Gesprekken in uw portfolio?

 

 

Uw portfolio is goedgekeurd. Wat moet u daarna doen?

Hebt u 20 bewijzen verzameld?

Als u 20 goede bewijzen in uw portfolio hebt, krijgt u een panelgesprek. Dit is een gesprek over de bewijzen.

Waar kunt u het panelgesprek doen?

Het panelgesprek is bij een exameninstelling. U hebt een gesprek over uw portfolio. U moet laten zien dat u de bewijzen op een eerlijke manier hebt verzameld. U moet ook laten zien dat u voldoende Nederlands hebt geleerd. U moet praten over de bewijzen die u hebt verzameld. En u moet ook iets opschrijven.

De beoordeling van de exameninstelling is heel belangrijk. Als u een voldoende hebt, dan bent u voor de helft van het inburgeringsexamen geslaagd. U moet ook slagen voor het centrale deel van het inburgeringsexamen.

Als u ook het centrale deel goed hebt gedaan, bent u helemaal geslaagd voor het inburgeringsexamen. Dan krijgt u het inburgeringsdiploma.

Wat moet u doen als uw portfolio niet goed is?

De exameninstelling bekijkt uw portfolio. Soms wordt een portfolio afgekeurd. Waarom kan het portfolio afgekeurd worden? Wat kunt u daar aan doen? Kijk in het schema hieronder:

 Waarom is het portfolio afgekeurd?

Wat kunt u hier aan doen?

 U hebt verkeerde bewijzen verzameld.

Verzamel bewijzen van situaties uit het model portfolio.

 U hebt niet genoeg bewijzen in uw portfolio.

Verzamel nieuwe bewijzen. Probeer altijd twee of meer bewijzen ‘extra’ in uw portfolio te doen.

 Uw bewijzen zijn niet goed verdeeld over Werk hebben, Burgerschap, Werk zoeken.

Kijk voor welk onderwerp u te weinig bewijzen hebt. Verzamel nieuwe bewijzen.

 U hebt alleen bewijsformulieren van Schrijven in uw portfolio.

U moet in ieder geval één bewijsformulier Gesprekken in uw portfolio doen.

 U hebt alleen bewijsformulieren van Gesprekken in uw portfolio.

U moet in ieder geval drie bewijsformulieren Schrijven in uw portfolio doen.

 De bewijsformulieren zijn niet goed ingevuld.

Zorg dat u het bewijsformulier helemaal hebt ingevuld.

 

 

Wanneer wordt een bewijsformulier Gesprekken afgekeurd?

Soms hebt u een bewijsformulier Gesprekken ingevuld, maar is het bewijs toch niet goed. Het bewijs wordt dan afgekeurd door de exameninstelling. Waarom kan het bewijs afgekeurd worden? Wat kunt u hier aan doen? Kijk in het schema hieronder:

 Waarom is het bewijs afgekeurd?

Wat kunt u hier aan doen?

 U hebt niet alles op het bewijsformulier ingevuld (voor de inburgeraar). U bent bijvoorbeeld uw naam of de datum vergeten.

Vul het bovenste gedeelte HELEMAAL in (ook rondjes om ja/nee).

 U hebt het bewijsformulier (bovenste gedeelte, voor de inburgeraar) niet zelf ingevuld.

Hebt u het gesprek wel zelf gevoerd? Vul dan een nieuw bewijsformulier in. Doe dit altijd zelf.

 U hebt het gesprek gevoerd vóór augustus 2006. Een bewijs van voor die datum telt niet mee voor het examen.

Voer het gesprek nog een keer. Vul een nieuw bewijsformulier in.

 U hebt een kopie van het bewijsformulier in het portfolio gedaan.

Doe het originele bewijsformulier in het portfolio.

 U hebt voor één situatie meer bewijsformulieren ingevuld.

Per situatie mag u maar één bewijsformulier Gesprekken invullen.

 U hebt op een bewijsformulier meerdere situaties ingevuld.

U mag op elk bewijsformulier maar één situatie invullen. Vul voor elke situatie een nieuw bewijsformulier in.

 U hebt een situatie ingevuld die niet in het model portfolio staat.

Kies een situatie uit het model portfolio. Vul een nieuw bewijsformulier in.

 U hebt een gesprek gevoerd met iemand die niet echt past bij die situatie, en op een andere plaats.

Voer het gesprek nog een keer met een echte persoon uit een echte situatie, op de juiste plaats. Vul een nieuw bewijsformulier in.

 

 

Wanneer wordt een bewijsformulier Schrijven afgekeurd?

Soms hebt u een bewijsformulier Schrijven ingevuld, maar is het bewijs toch niet goed. Het bewijs wordt dan afgekeurd door de exameninstelling. Waarom kan het bewijs afgekeurd worden? Wat kunt u hier aan doen? Kijk in het schema hieronder:

 Waarom is het bewijs afgekeurd?

Wat kunt u hier aan doen?

 U hebt niet alles op het bewijsformulier ingevuld. U bent bijvoorbeeld uw naam of de datum vergeten.

Vul het bovenste gedeelte HELEMAAL in.

 U hebt het bewijsformulier niet zelf ingevuld.

Hebt u het schrijfproduct wel zelf geschreven? Vul dan alleen een nieuw bewijsformulier in. Doe dit altijd zelf.

 U hebt het schrijfproduct verzameld vóór augustus 2006. Een bewijs van voor die datum telt niet mee voor het examen.

Maak een nieuw schrijfproduct bij een situatie. Vul een nieuw bewijsformulier in.

 U hebt een kopie van het bewijsformulier in het portfolio gedaan.

Doe altijd het originele bewijsformulier in het portfolio.

 U hebt geen schrijfproduct bij het bewijsformulier.

Doe het goede schrijfproduct in uw portfolio. Hebt u geen schrijfproduct meer? Maak dan een nieuw schrijfproduct bij een situatie. Vul een nieuw bewijsformulier in.

 U hebt een schrijfproduct ingeleverd dat niet door u zelf is ingevuld of geschreven.

Zorg dat u altijd zelf een schrijfproduct invult of zelf geschreven hebt.

 U hebt voor een situatie meer bewijsformulieren ingevuld.

Per situatie mag u maar één bewijsformulier Schrijven invullen.

 U hebt op een bewijsformulier meerdere situaties ingevuld.

U mag op elk bewijsformulier maar één situatie invullen. Vul voor elke situatie een nieuw bewijsformulier in.

 U hebt een situatie ingevuld die niet in het model portfolio staat.

Kies een situatie uit het model portfolio. Vul een nieuw bewijsformulier in.

 

 

Model Portfolio

Burgerschap

 Kruis hier aan welke bewijzen u hebt verzameld.

 Doe de bewijsformulieren en schrijfproducten in uw portfolio.

 * = Hier kunt u geen bewijs van verzamelen.

Gemeentelijke instanties

 

Situatie

Bewijsformulier

 

 

gesprek

schrijfproduct

 Wijzigingen in je persoonsgegevens doorgeven

Ik schrijf me in bij de gemeente.

 

 

 

Ik meld de geboorte van mijn kind bij de gemeente.

 

*

 

Ik meld bij de gemeente dat ik ga samenwonen of trouwen.

 

 

 Documenten en andere zaken aanvragen

Ik vraag een document aan bij de gemeente. Bijvoorbeeld een rijbewijs of een paspoort.

 

*

 

Ik wil graag Nederlander worden. Ik vraag de gemeente of ik Nederlander kan worden ( = naturaliseren).

 

 

 Aangifte doen bij de politie

Er is iets gebeurd. Mijn fiets is bijvoorbeeld gestolen of er is ingebroken in mijn huis. Ik ga naar de politie om dit te zeggen. Ik doe dus aangifte bij de politie.

 

 

 

 

Betalingsverkeer

 

Situatie

Bewijsformulier

 

 

gesprek

schrijfproduct

 Bankzaken

Ik wil een bankrekening. Ik ga naar de bank om een bankrekening te openen.

 

 

 

Ik blokkeer mijn bankrekening. Mijn bankpas is bijvoorbeeld gestolen. En ik wil niet dat de dief mijn geld kan gebruiken.

 

*

 

Ik heb geld nodig. Ik pin geld bij de bank.

*

(pinbon is toegestaan als bewijs)

 

Ik moet een rekening betalen. Ik vraag de bank om de rekening te betalen. Ik geef
 een betaalopdracht aan de bank.

*

 

 

Ik geef een machtiging aan de bank. Ik moet bijvoorbeeld elke maand huur betalen aan mijn huurbaas. Ik vraag de bank om dit geld elke maand automatisch te betalen. Dat is een machtiging geven.

 

 

 

 

Verzekeringen

 

Situatie

Bewijsformulier

 

 

gesprek

schrijfproduct

 Verzekeringen

Ik vraag informatie aan over de verschillende soorten verzekeringen.
 (kan een telefoongesprek zijn)

 

*

 

Ik sluit een verzekering af.
 (kan een telefoongesprek zijn)

 

 

 

Er is iets gebeurd. Er is bijvoorbeeld bij mij ingebroken. Ik vraag aan de verzekering of de verzekering betaalt.
 (kan een telefoongesprek zijn)

 

 

 

 

Wonen

 

Situatie

Bewijsformulier

 

 

gesprek

schrijfproduct

 Een huis huren/verhuizen

Ik wil een huis huren. Ik lees de huizenkrant. Ik meld welk huis ik wil huren.

*

 

 

Ik praat met de woningbouwvereniging.

 

*

 

Ik ga verhuizen. Ik vul een verhuisbericht in.

*

 

 

Ik betaal huur.

*

 

 

Ik betaal belastingen aan de gemeente (gemeentelijke belastingen). Bijvoorbeeld voor het ophalen van mijn huisvuil.
 (kan een telefoongesprek zijn)

 

 

 Gas, water, elektriciteit, telefoon

Ik schrijf op hoeveel gas, water en elektriciteit ik heb gebruikt. Dat is de meterstand. Ik meld de meterstand.

*

 

 

Ik betaal de rekening voor gas, water en elektriciteit.

*

 

 

Ik krijg één keer per jaar een overzicht van hoeveel gas, water en elektriciteit ik heb gebruikt. Dat is de jaarrekening. Ik begrijp de jaarafrekening.
 (kan een telefoongesprek zijn)

 

(kopie van jaarrekening op naam van kandidaat of partner is toegestaan als bewijs)

 

Ik praat met het energiebedrijf.
 (kan een telefoongesprek zijn)

 

*

 

Ik wil telefoon. Ik regel een telefoonaansluiting.
 (kan een telefoongesprek zijn)

 

 

 Milieu

Ik begrijp het ophaalrooster voor afval. In dat rooster staat wanneer ze de verschillende soorten afval komen ophalen.

*

(kopie van ophaalrooster is toegestaan als bewijs)

 

Ik bel met de reinigingsdienst van de gemeente.

 

*

 

 

Onderwijs

 

Situatie

Bewijsformulier

 

 

gesprek

schrijfproduct

 Onderwijs

Ik wil weten welke cursussen of opleidingen er zijn. Ik verzamel informatie over cursussen en opleidingen (kan een telefoongesprek zijn)

 

*

 

Ik schrijf mijzelf in voor een cursus of opleiding (kan een telefoongesprek zijn)

 

 

 

Ik doe een cursus of opleiding.

 

 

 

 

De buren en de buurt

 

Situatie

Bewijsformulier

 

 

gesprek

schrijfproduct

 De buren

Ik maak kennis met de buren; ik stel mijzelf voor aan de buren.

 

*

 

Ik nodig de buren uit.

 

 

 

Ik reageer op familieberichten. Een familiebericht is bijvoorbeeld een kaartje van de geboorte van een kind. Of een bericht dat iemand dood is gegaan.

 

 

 

Ik vertel de buren over (aankomende) overlast. Bijvoorbeeld als ik een feest geef. Ik zeg dan tegen de buren dat er misschien wat lawaai komt.

 

 

 

Ik praat met de buren over hoe ik of zij kunnen zorgen dat er minder overlast komt.

 

*

 

Ik heb voor overlast gezorgd. Bijvoorbeeld lawaai. Of ik heb iets kapotgemaakt van de buren. Ik zeg sorry tegen de buren.

 

*

 

 

Werk zoeken

 Kruis hier aan welke bewijzen u hebt verzameld.

 Doe de bewijsformulieren en schrijfproducten in uw dossier.

 

Situatie

Bewijsformulier

 

 

gesprek

schrijfproduct

 Werk zoeken

Ik zoek werk. Ik schrijf mijzelf in als werkzoekende.

 

 

 

Ik zoek vacatures in de krant of op internet.

*

(kopie van vacature is toegestaan als bewijs)

 

Ik vraag informatie over vacatures.

 

 

 Solliciteren

Ik heb een sollicitatiegesprek. Ik bereid het gesprek voor.

*

 

 

Ik heb een telefonisch sollicitatiegesprek.

 

*

 

Ik vul een sollicitatieformulier in.

*

 

 

Ik lees een uitnodiging voor een sollicitatiegesprek.

*

(uitnodigingsbrief op naam van kandidaat is toegestaan als bewijs)

 

Ik heb een sollicitatiegesprek of intakegesprek.

 

*

 Praten over het arbeidscontract (salaris, werktijden e.d.)

Ik heb een nieuwe baan. Ik bereid een gesprek voor over het arbeidscontract.

*

 

 

Ik praat over arbeidsvoorwaarden. Arbeidsvoorwaarden zijn bijvoorbeeld hoeveel geld ik krijg en welke dagen ik moet werken.

 

*

 

 

Werk hebben

 Kruis hier aan welke bewijzen u hebt verzameld.

 Doe de bewijsformulieren en schrijfproducten in uw dossier.

Werk algemeen

 

Situatie

Bewijsformulier

 

 

gesprek

schrijfproduct

 Praten over arbeidsvoorwaarden (verlof, kinderopvang e.d.)

Ik heb werk. Ik bereid een gesprek voor over arbeidsvoorwaarden. Arbeidsvoorwaarden zijn afspraken over bijvoorbeeld verlof, overuren en kinderopvang. (Kan ook een telefoongesprek zijn)

 

 

 

Ik praat over arbeidsvoorwaarden.

 

*

 Het functioneringsgesprek

Ik bereid een functioneringsgesprek voor. Een functioneringsgesprek is een gesprek met mijn baas over hoe ik mijn werk doe.

*

 

 

Ik heb een functioneringsgesprek. Ik praat met mijn baas over hoe ik mijn werk doe.

 

*

 Ziek- en beter melden

Ik bel mijn baas om te zeggen dat ik ziek ben. Of om te zeggen dat ik beter ben.

 

*

 

Ik vul een formulier van de arbo-dienst in. De arbo-dienst is een dienst die zorgt dat werknemers goed en veilig kunnen werken. Als je ziek bent moet je een formulier van de arbo-dienst invullen.

*

 

 

Ik praat met de bedrijfsarts. Een bedrijfsarts is een dokter die werkt voor de werkgever. Hij onderzoekt werknemers als die ziek zijn.
 De bedrijfsarts informeert de werkgever over de ziekte van de werknemer.

 

*

 Werkoverleg/team-vergaderingen

Ik bereid een werkoverleg voor. Een werkoverleg is een vergadering over het werk.

 

 

 

Ik doe mee met een werkoverleg.

 

*

 

Ik schrijf een verslag tijdens een werkoverleg. Ik schrijf op wat er tijdens het werkoverleg wordt gezegd.

*

 

 Overleggen met collega's

Ik praat met collega’s over de werkverdeling. Ik praat met collega’s over wie wat moet doen op het werk.

 

*

 

Ik praat met collega’s over hoe het werk is gedaan.

 

*

 Praten met collega’s

Ik praat met collega’s over persoonlijke, alledaagse dingen.

 

*

 

 

Werk hebben specifiek

Techniek

 

Situatie

Bewijsformulier

 

 

gesprek

schrijfproduct

 Contacten met klanten

Ik praat met een klant voor ik aan het werk begin. Ik praat over wat ik moet doen.

 

*

 

Ik praat tijdens het werk met een klant over wat ik moet doen.

 

*

 

Ik praat met een klant over hoe ik het werk moet afmaken.

 

*

 

Ik schrijf op een formulier wat ik allemaal gedaan heb en hoe ik dat gedaan heb.

*

 

 Rapporteren

Ik schrijf op wat ik allemaal gedaan heb tijdens het werk.

*

 

 

Mijn werk is klaar. Ik schrijf kort op wat er nu nog moet gebeuren.

*

 

 

Ik vertel over het werk dat ik heb gedaan.

 

*

 

Mijn werk is klaar. Ik vertel wat er na mijn werk nog moet gebeuren.

 

*

 Arbo-voorschriften begrijpen

Ik lees teksten over gezond, hygiënisch en veilig werken.

*

(teksten zijn toegestaan als bewijs)

 

Ik praat over gezond, hygiënisch en veilig werken op het werk.

 

*

 

Ik volg een demonstratie of korte cursus over veiligheid.

 

*

 Omgaan met klachten

Een klant vindt dat ik mijn werk niet goed heb gedaan. De klant heeft een klacht. Ik praat met de klant over de klacht.

 

*

 

Een klant heeft een klacht. Ik schrijf de klacht op.

*

 

 Werkinstructies begrijpen

Ik begrijp een mondelinge instructie bij een machine of een apparaat.

 

*

 

Ik lees instructies.

*

(kopie van werkinstructie is toegestaan als bewijs)

 

Ik krijg werkinstructies.
 Ik lees de werkinstructies. Ik stel vragen over de werkinstructies.

 

*

 

 

Handel en dienstverlening

 

Situatie

Bewijsformulier

 

 

gesprek

schrijfproduct

 Klantcontacten

Ik maak contact met klanten.

 

*

 

Ik praat met klanten over producten en diensten. Bijvoorbeeld over of een bepaald product aanwezig is.

 

 

 

Ik praat over de kwaliteit, de prijs of het gebruik van producten of diensten.

 

*

 

Ik zoek schriftelijke informatie op.

 

*

 Rapporteren

Ik schrijf op wat ik allemaal gedaan heb tijdens het werk.

*

 

 

Mijn werk is klaar. Ik schrijf kort op wat er nu nog moet gebeuren.

*

 

 

Ik vertel over het werk dat ik heb gedaan.

 

*

 

Mijn werk is klaar. Ik vertel wat er na mijn werk nog moet gebeuren.

 

*

 Arbo-voorschriften begrijpen

Ik lees teksten over gezond, hygiënisch en veilig werken.

*

(teksten zijn toegestaan als bewijs)

 

Ik praat over gezond, hygiënisch en veilig werken op het werk.

 

*

 

Ik volg een demonstratie of korte cursus over veiligheid.

 

*

 Omgaan met klachten

Een klant vindt dat ik mijn werk niet goed heb gedaan. De klant heeft een klacht. Ik praat met de klant over de klacht.

 

*

 

Een klant heeft een klacht. Ik schrijf de klacht op.

*

 

 Werkinstructies begrijpen

Ik begrijp een mondelinge instructie bij een machine of een apparaat.

 

*

 

Ik lees instructies.

*

(kopie van werkinstructie is toegestaan als bewijs)

 

Ik krijg werkinstructies.
 Ik lees de werkinstructies. Ik stel vragen over de werkinstructies.

 

*

 

 

Zorg en welzijn

 

Situatie

Bewijsformulier

 

 

gesprek

schrijfproduct

 Klantcontacten

Ik praat met cliënten en bezoekers.

 

*

 

Ik geef aanwijzingen aan cliënten en bezoekers.

 

*

 

Ik praat met een klant over het werk.

 

*

 

Ik ontvang bezoekers van de instelling en geef informatie.

 

 

 Rapporteren

Ik schrijf op wat ik allemaal gedaan heb tijdens het werk.

*

 

 

Mijn werk is klaar. Ik schrijf kort op wat er nu nog moet gebeuren.

*

 

 

Ik vertel over het werk dat ik heb gedaan.

 

*

 

Mijn werk is klaar. Ik vertel wat er na mijn werk nog moet gebeuren.

 

*

 Arbo-voorschriften begrijpen

Ik lees teksten over gezond, hygiënisch en veilig werken.

*

(teksten zijn toegestaan als bewijs)

 

Ik praat over gezond, hygiënisch en veilig werken op het werk.

 

*

 

Ik volg een demonstratie of korte cursus over veiligheid.

 

 

 Omgaan met klachten

Een cliënt of bezoeker vindt dat ik mijn werk niet goed heb gedaan. De cliënt heeft een klacht. Ik praat met de cliënt of de bezoeker over de klacht.

 

*

 

Een cliënt of bezoeker heeft een klacht. Ik schrijf de klacht op.

*

 

 Werkinstructies begrijpen

Ik begrijp een mondelinge instructie bij een handeling of een apparaat.

 

*

 

Ik lees instructies.

*

(kopie van werkinstructie is toegestaan als bewijs)

 

Ik krijg werkinstructies.
 Ik lees de werkinstructies. Ik stel vragen over de werkinstructies.

 

*

 

 

Brief voor de gesprekspartner

 Brief voor de gesprekspartner

 

 Op de volgende pagina vindt u een brief. Als u een gesprek hebt, neemt u deze brief mee. U geeft de brief aan de persoon met wie u praat. Deze persoon is uw gesprekspartner. Uw gesprekspartner leest in de brief wat hij/zij moet doen. Na het gesprek vult hij/zij hetbewijsformulier in. Dit hoeft niet, als hij/zij dat niet wil. Uw gesprekspartner beoordeelt methet formulier of u Nederlands praat. Hij/zij beoordeelt ook of u elkaar begrijpt.

 

 

 

Beste heer, mevrouw,

Mensen die een andere moedertaal hebben dan het Nederlands, moeten in veel gevallen een inburgeringsexamen afleggen. Dat examen bestaat uit verschillende onderdelen. In één van die onderdelen moet de inburgeraar bewijzen dat hij in allerlei situaties in Nederland kan functioneren wat betreft zijn taalvaardigheid.

Uw hulp is nodig!

U hebt (beroepshalve) contact met deze inburgeraar.

Het kan gaan om een informatiegesprek, een verkoopgesprek, een aanvraag, het maken van een afspraak, noem maar op. Misschien komen er ook schriftelijke activiteiten aan bod, zoals het invullen van een formulier of het beantwoorden van een vragenlijst.

Het zijn dit soort situaties waarover de inburgeraar bewijzen moet verzamelen: hij moet aantonen dat hij deze taken in het Nederlands kan uitvoeren.

Wat moet u doen?

We willen graag weten of de communicatie goed verlopen is. Daarom vragen we u een paar vragen te beantwoorden over uw (taal)contact met deze inburgeraar. De vragen vindt u op het Bewijsformulier Gesprekken.

Fouten maken mag

Het gaat er niet om dat de inburgeraar foutloos Nederlands moet praten. Grammaticafouten, een accent, het zoeken naar woorden, dat mag allemaal. Maar de inburgeraar moet wél in staat zijn om zelfstandig een gesprekje met u te voeren zonder hulp van een tolk. Misschien is er een beetje inspanning van beide kanten nodig, maar dan kunt u elkaar wel begrijpen.

Wij vragen u om de vragen onder op het bewijsformulier (onder 2. Voor de gesprekspartner) in te vullen. Het invullen van het formulier is niet verplicht. Als u niet wilt, hoeft u het formulier niet in te vullen. Als u het wel doet, helpt u de inburgeraar bij zijn examen.

Bedankt voor uw hulp!

Bewijsformulieren

[Illustratie Verwijderd]

 

[Illustratie Verwijderd]

 

[Illustratie Verwijderd]

 

Bijlage 8. Model portfolio Ondernemerschap deel 1 algemeen, bij artikel 3.5, eerste lid, van de Regeling inburgering

Model Portfolio Ondernemerschap

Handleiding bij het maken van een portfolio

U gaat een portfolio maken.

 Dit portfolio is van:

 

 Naam:

 

 Adres:

 

 Woonplaats:

 

 Telefoonnummer:

 

 Geboortedatum:

 

 Burgerservicenummer:

 

 Wat past bij u? Zet een kruisje:

 â—‹

Ik doe examen op niveau A1 voor lezen en schrijven.

 â—‹

Ik doe examen op niveau A2 voor lezen en schrijven.

 

 Wat past bij u? Zet een kruisje:

 â—‹

Mijn profiel is OGO.

 â—‹

Mijn profiel is Werk.

 â—‹

Mijn profiel is Maatschappelijke Participatie.

 â—‹

Mijn profiel is Ondernemerschap.

 

 Wat past bij u? Zet een kruisje:

 â—‹

Ik maak een groot portfolio (20 bewijzen).

 â—‹

Ik maak een klein portfolio (10 bewijzen) en doe ook assessments.

 

 

Een portfolio maken

Wat is een portfolio?

Een portfolio is een map met formulieren. We noemen deze formulieren bewijsformulieren. U gaat een portfolio Ondernemerschap maken. U laat met het portfolio zien dat u goed bezig bent met uw inburgering in Nederland. U laat zien dat u het Nederlands begrijpt en dat u Nederlands kunt spreken en schrijven. Bijvoorbeeld dat u kunt praten met iemand van de Kamer van Koophandel. Of dat u een sollicitatieformulier kunt invullen. U moet hiervan bewijzen verzamelen. Deze bewijsformulieren doet u in het portfolio.

Het portfolio hoort bij het praktijkdeel van het inburgeringsexamen. Verder is er nog een centraal deel van het inburgeringsexamen. De IB-Groep zorgt voor dit deel van het examen. U maakt zelf uw portfolio.

Hoe maakt u een portfolio?

Het is belangrijk dat u goed Nederlands leert. U leert Nederlands op school, maar ook buiten school. Bijvoorbeeld bij de gemeente of als u praat met uw buren. Als u veel oefent, leert u goed Nederlands. In het model portfolio Ondernemerschap staat een lijst met situaties waarin u Nederlands gebruikt. Bijvoorbeeld als u praat met iemand van de gemeente of als u iets moet regelen bij de bank. Het is belangrijk dat u in zoveel mogelijk situaties oefent met het Nederlands.

Hebt u in een bepaalde situatie Nederlands gepraat? Bijvoorbeeld met een medewerker van de bank? Dan vult u na het gesprek een bewijsformulier Gesprekken in. Dit formulier is het bewijs dat u Nederlands hebt gepraat met een medewerker van de bank. U vraagt ook aan de medewerker om het bewijsformulier in te vullen. De medewerker hoeft het formulier niet in te vullen als hij/zij dat niet wil.

Het bewijsformulier Gesprekken zit in het model portfolio. U moet dit formulier eerst kopiëren. Kopieer het formulier zo vaak als u wilt. Zorg ervoor dat u genoeg lege bewijsformulieren hebt. Vul pas daarna het formulier in.

Hebt u in een bepaalde situatie Nederlands geschreven? Dan doet u het briefje of formulier in het model portfolio. U vult ook het bewijsformulier Schrijven in. U vindt dit bewijsformulier in het model portfolio.

Welke mogelijkheden zijn er?

Er zijn drie mogelijkheden voor het praktijkdeel van het examen:

1.   Groot portfolio Ondernemerschap: u verzamelt alleen bewijzen;

2.   Klein portfolio Ondernemerschap: u verzamelt bewijzen en u doet assessments;

3.   Assessments: u doet alleen assessments[3]) .

 

1. Groot portfolio Ondernemerschap

Gaat u alleen bewijzen verzamelen?

Dan moet u 20 bewijzen verzamelen. Met deze bewijzen laat u zien dat u Nederlands hebt gepraat en geschreven. U moet deze bewijzen zelf verzamelen.

Als u klaar bent met het verzamelen van bewijzen, dan moet u uw portfolio laten controleren. Als u 20 goede bewijzen hebt verzameld, dan krijgt u een panelgesprek. In het panelgesprek praat u over uw bewijzen. U moet ook een schrijfopdracht doen. U laat nog een keer zien dat u het Nederlands begrijpt en dat u Nederlands kunt spreken en schrijven.

Welke bewijzen moet u verzamelen?

U moet bewijzen verzamelen voor drie onderwerpen:

Burgerschap, Ondernemerschap en Werk zoeken.

Hoeveel bewijzen moet u per onderwerp verzamelen?

 Groot portfolio Ondernemerschap

 

Aantal bewijzen

 Burgerschap

8

 Ondernemerschap

8

 Werk zoeken

4

 Totaal

20

 

 

2. Klein portfolio Ondernemerschap

Gaat u bewijzen verzamelen én ook assessments doen?

Dan moet u 10 bewijzen verzamelen. Met deze bewijzen laat u zien dat u Nederlands hebt gepraat en geschreven. U moet deze bewijzen zelf verzamelen.

Welke bewijzen moet u verzamelen?

U moet bewijzen verzamelen voor drie onderwerpen:

Burgerschap, Ondernemerschap en Werk zoeken.

Hoeveel bewijzen moet u per onderwerp verzamelen?

 Klein portfolio Ondernemerschap

 

Aantal bewijzen

Aantal assessments

 Burgerschap

4

1

 Ondernemerschap

4

1

 Werk zoeken

2

1

 Totaal

10

2

 

 

1 U krijgt een assessment over het onderwerp Ondernemerschap. Daarnaast krijgt u een assessment over het onderwerp Burgerschap of over het onderwerp Werk zoeken.

Wie kan u helpen met uw portfolio?

U moet de bewijzen voor het portfolio zelf verzamelen. U gaat zelf gesprekken voeren en u gaat zelf schrijven. U kunt hierbij wel hulp vragen.

•. De gemeente (inburgeringsloket) kan u helpen met uw portfolio.

•. Hebt u les op een school? Dan kan ook de school u helpen bij het maken van uw portfolio.

•. Hebt u geen les op een school? Dan kunt u toch naar bepaalde scholen gaan voor hulp. Met de school kunt u dan afspraken maken over uw portfolio en de assessments.

•. Maar u kunt het ook helemaal alleen doen.

 

U kunt ook kijken op www.inburgeren.nl

Bewijzen verzamelen

Bewijzen verzamelen

In uw model portfolio staan situaties. U moet in die situaties oefenen met het Nederlands. Het is belangrijk dat u in alle situaties oefent.

U hoeft niet van alle situaties een bewijs te verzamelen. U moet bewijzen verzamelen voor drie onderwerpen, namelijk: Burgerschap, Ondernemerschap en Werk zoeken.

Hoeveel bewijzen moet u per onderwerp verzamelen? U hebt in totaal 10 of 20 bewijzen nodig. Kijk in het schema hieronder:

 Portfolio Ondernemerschap

 

Groot portfolio

Klein portfolio + 2 assessments

 

Aantal bewijzen

Aantal bewijzen

 Burgerschap

8

4

 Ondernemerschap

8

4

 Werk zoeken

4

2

 

 

U moet oefenen met gesprekken, maar ook met schrijven. U moet dus bewijzen verzamelen van gesprekken én van schrijfproducten. Schrijfproducten zijn bijvoorbeeld formulieren en briefjes. U moet zeker 3 schrijfproducten hebben verzameld. Deze schrijfproducten moet u zelf hebben ingevuld.

Gebruik het Bewijsformulier Gesprekken en het Bewijsformulier Schrijven uit het model portfolio voor het verzamelen van uw bewijzen. Bewaar de bewijsformulieren en (een kopie van) de schrijfproducten goed in uw portfolio.

Wat is een goed bewijs?

A. Wat is een goed bewijs voor Gesprekken?

Voor een goed bewijs voor Gesprekken zijn de volgende dingen heel belangrijk:

1.   De situatie moet in het model portfolio staan.
Hebt u een gesprek met iemand van de bank om een machtiging door te geven? Deze situatie staat WEL in de lijst met situaties in het model portfolio. Vul het bewijsformulier in.
Hebt u een leuk gesprek met iemand in de winkel? Dat is een goede oefening. Maar deze situatie staat NIET in de lijst met situaties in het model portfolio. Daarom kunt u hier geen bewijsformulier van invullen.

2.   U moet praten in een echte situatie met een echt persoon.
Voor het bewijs ‘aangifte doen’ praat u met een echte politieagent op het politiebureau. Bij het bewijs ‘bankzaken’ is dat een medewerker van de bank en praat u bij de bank. Bij de situaties in de buurt praat u met buren. Zo praat u in elke situatie met andere mensen.
Hebt u de situatie ‘aangifte doen’ geoefend met uw taaldocent of met uw buurvrouw op school? Goed dat u de situatie oefent. Maar u kunt het NIET gebruiken als bewijs. U moet voor een bewijs altijd praten met de persoon die past bij die situatie, op de juiste plaats.

3.   Het bewijs mag niet ouder zijn dan 5 jaar.
Het bewijs is na augustus 2006 verzameld.

4.   Het bewijsformulier moet origineel zijn (geen kopie).

5.   U heeft het gesprek zelf gevoerd.

 

Hoe vult u een Bewijsformulier Gesprekken in?

1.   U voert het gesprek.

2.   U vult daarna het bovenste deel van het bewijsformulier in (1. Voor de inburgeraar). U moet dit altijd zelf doen. Geef in het bovenste deel op alle vragen antwoord.

3.   U geeft het bewijsformulier een nummer.

4.   U vraagt of de gesprekspartner het onderste deel wil invullen.
(Vult de gesprekspartner niets in? Dan laat u het onderste deel leeg. Het bewijs is ook goed als de gesprekspartner niets heeft ingevuld.)

5.   U doet het originele bewijsformulier in uw portfolio (geen kopie!).

6.   U vult het nummer van het bewijsformulier en de datum in het model portfolio (overzicht) in.

 

 Voorbeeld: ‘gesprek met de buren’.

Op de volgende bladzijde staat een voorbeeld van een goed bewijs.

Waarom is dit een goed bewijs?

– Alles is ingevuld in het bovenste deel van het formulier (voor de inburgeraar).

– De datum is na augustus 2006 (niet ouder dan 5 jaar).

– De situatie komt uit het model portfolio.

– Er is gepraat met de buurvrouw op de juiste plaats.

– Het formulier is genummerd (3).

– Het onderste deel van het formulier (voor de gesprekspartner) is ook ingevuld.

 

De buren en de buurt

 

Situatie

Bewijsformulier

 

 

gesprek

schrijfproduct

 De buren

Ik maak kennis met de buren; ik stel mijzelf voor aan de buren.

 

 

 

Ik nodig de buren uit.

3
 13-3-‘09

 

 

 

 Voorbeeld: ‘gesprek met de buren’.

[Illustratie Verwijderd]

 

B. Wat is een goed bewijs voor Schrijven?

Voor een goed bewijs voor Schrijven zijn de volgende dingen heel belangrijk:

1.   De situatie moet in het model portfolio staan.
Hebt u een inschrijfformulier voor een taalcursus ingevuld? Deze situatie staat WEL in de lijst met situaties. Vul het bewijsformulier in. Maak een kopie van het inschrijfformulier. Doe dit formulier in uw portfolio.
Hebt u een mooie brief geschreven naar een vriendin? Dat is een goede oefening. Maar deze situatie staat NIET in de lijst met situaties in het portfolio. Daarom kunt u hier geen bewijsformulier van invullen.

2.   U moet een schrijfproduct bij het bewijs hebben.
U moet ALTIJD een schrijfproduct bij het bewijsformulier in het portfolio doen. Dit kan bijvoorbeeld een sollicitatieformulier zijn.
Zorg dat u altijd zelf iets invult of schrijft bij een schrijfproduct!
Hebt u een bewijsformulier ingevuld maar hebt u het schrijfproduct niet meer? Dat is heel jammer, maar u kunt het bewijs dan NIET gebruiken.

3.   Het bewijs mag niet ouder zijn dan 5 jaar.
Het bewijs is na augustus 2006 verzameld.

4.   Het bewijsformulier moet origineel zijn (geen kopie).

5.   U hebt het schrijfbewijs en het schrijfproduct zelf gemaakt.

 

Hoe vult u een Bewijsformulier Schrijven in?

1.   U vult een formulier in of schrijft iets op. Dit is uw schrijfproduct.

2.   U vult daarna het bewijsformulier in. U moet dit altijd zelf doen.
U geeft antwoord op alle vragen.

3.   U geeft het bewijsformulier een nummer.

4.   U vult dit nummer en de datum in het model portfolio (overzicht) in.

5.   U doet het originele bewijsformulier in uw portfolio (dus geen kopie!).

6.   U doet het schrijfproduct samen met het bewijsformulier in uw portfolio. U mag een kopie van het schrijfproduct maken.

 

Hieronder ziet u een goed bewijs voor schrijven. Het schrijfproduct zit er natuurlijk ook bij. Dit is een voorbeeld. U leest ook waarom het een goed bewijs is.

 Voorbeeld: ‘inschrijven voor een cursus’.

Waarom is dit een goed bewijs?

– Alles is ingevuld.

– De datum is na augustus 2006 (niet ouder dan 5 jaar).

– De situatie staat in het model portfolio.

– Het formulier is genummerd (8).

– Er zit ook een schrijfproduct bij. Het is zelf ingevuld.

– Het schrijfproduct heeft ook een nummer (8).

 

[Illustratie Verwijderd]

 

[Illustratie Verwijderd]

 

Onderwijs

 

Situatie

Bewijsformulier

 

 

gesprek

schrijfproduct

 Onderwijs

Ik wil weten welke cursussen of opleidingen er zijn. Ik verzamel informatie over cursussen en opleidingen.

 

 

 

Ik schrijf mijzelf in voor een cursus of opleiding.

 

8
 18-3-‘08

 

 

Het portfolio inleveren

Wanneer is uw portfolio klaar?

U wilt uw portfolio inleveren bij de exameninstelling. U kunt uw portfolio opsturen of inleveren. De exameninstelling controleert of u genoeg bewijzen hebt verzameld. Ook controleert de exameninstelling of de bewijzen goed zijn.

Wat levert u in?

1.   Het model portfolio. Wat vult u hier in?

•.       U vult de gegevens in op bladzijde 3

•.       U zet een nummer op alle bewijsformulieren.

•.       U vult de lijst met de situaties in (model portfolio) met nummer en datum van de bewijzen.

2.   In het portfolio doet u:

•.       Uw bewijsformulieren Gesprekken

•.       Uw bewijsformulieren Schrijven

•.       Alle schrijfproducten die bij de bewijsformulieren van Schrijven horen

 

 Maak een kopie van uw portfolio voordat u het opstuurt naar de exameninstelling! Het is veilig om het portfolio aangetekend te versturen.

Waar kunt u op letten voordat u uw portfolio inlevert?

U gaat uw portfolio inleveren. U wilt natuurlijk dat het portfolio direct wordt goedgekeurd. Kijk daarom nog eens goed naar de volgende dingen:

 Controlelijst portfolio

 

 

 â—‹

Hebt u uw naam, adres enz. ingevuld op pagina 3 van het portfolio?

 

 

 â—‹

Tel uw bewijsformulieren. Hebt u voor de onderdelen Burgerschap, Ondernemerschap en Werk zoeken genoeg bewijzen?

 

 

 â—‹

Zijn de bewijzen goed verdeeld over Burgerschap, Ondernemerschap en Werk zoeken?

 

 

 â—‹

Hebt u het overzicht met alle situaties uit het model portfolio ingevuld?

 

 

 â—‹

Hebt u de situaties genummerd in het overzicht? En op de bewijsformulieren?

 

 

 â—‹

Hebt u alle bewijsformulieren zelf ingevuld?

 

 

 â—‹

Hebt u alle bewijsformulieren helemaal ingevuld? Staan de datum en de situatie er ook op?

 

 

 â—‹

Zijn alle bewijsformulieren origineel?

 

 

 â—‹

Hebt u alle bewijzen na augustus 2006 verzameld?

 

 

 â—‹

Hebt u bij alle schrijfbewijzen ook het schrijfproduct in het portfolio gedaan?

 

 

 â—‹

Hebt u alleen situaties uit het model portfolio als bewijs?

 

 

 â—‹

Hebt u voor elke situatie een apart bewijsformulier ingevuld?

 

 

 â—‹

Hebt u elke situatie maar één keer gebruikt voor een bewijs (1 gespreksbewijs en 1 schrijfbewijs)?

 

 

 â—‹

Hebt u voor uw bewijsformulier Gesprekken altijd gepraat met iemand die bij die situatie past? Op de juiste plaats?

 

 

 â—‹

Hebt u in ieder geval drie bewijsformulieren Schrijven in uw portfolio?

 

 

 â—‹

Hebt u in ieder geval één bewijsformulier Gesprekken in uw portfolio?

 

 

Uw portfolio is goedgekeurd. Wat moet u daarna doen?

Groot portfolio Ondernemerschap:

Hebt u 20 bewijzen verzameld?

Als u 20 goede bewijzen in uw portfolio hebt, krijgt u een panelgesprek. Dit is een gesprek over de bewijzen.

Waar kunt u het panelgesprek doen?

Het panelgesprek is bij een exameninstelling. U hebt een gesprek over uw portfolio. U moet laten zien dat u de bewijzen op een eerlijke manier hebt verzameld. U moet ook laten zien dat u voldoende Nederlands hebt geleerd. U moet praten over de bewijzen die u hebt verzameld. En u moet ook iets opschrijven.

De beoordeling van de exameninstelling is heel belangrijk. Als u een voldoende hebt, dan bent u voor de helft van het inburgeringsexamen geslaagd. U moet ook slagen voor het centrale deel van het inburgeringsexamen.

Als u ook het centrale deel goed hebt gedaan, bent u helemaal geslaagd voor het inburgeringsexamen. Dan krijgt u het inburgeringsdiploma.

Klein portfolio Ondernemerschap:

Hebt u 10 bewijzen verzameld?